1. Het is de ondernemer verboden aardappelen te telen in de volle grond op een perceel, gelegen in een daartoe in bijlage 1 aangewezen gebied.
2. De in het eerste lid bedoelde gebieden betreffen niet de door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op basis van de
Regeling aanwijzing gebieden, terreinen en planten aardappelmoeheid aangewezen gebieden of terreinen, waarbinnen of waarop de aanwezigheid van het aardappelcysteaaltje is aangetoond of wordt vermoed.