BWBR0024018
Geldig vanaf 31-12-2008
Artikel 5
Verordening PA aardappelmoeheid 2008
1. De voorzitter is namens het bestuur bevoegd bij besluit, gehoord de commissie, andere dan de in de bijlage 1 en 2 genoemde gebieden aan te wijzen, totdat bij verordening tot wijziging van de betreffende bijlage daarin is voorzien. Alsdan wordt het betreffende besluit geacht te zijn ingetrokken.
2. Het bestuur kan bij besluit, gehoord de commissie, vrijstelling verlenen van een of meer bepalingen uit deze verordening en daarbij nadere voorschriften vaststellen.
3. De secretaris kan namens het bestuur op schriftelijk verzoek van de ondernemer ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 2, eerste lid, artikel 3, eerste lid (met uitzondering van de teelt van NAK-pootaardappelen) of artikel 3, tweede lid.
4. De voorzitter stelt namens het bestuur bij besluit de voorschriften vast waaronder ontheffing van het bepaalde in artikel 3, eerste lid verleend kan worden.
5. Een besluit als bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid wordt bekend gemaakt in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van bekendmaking, tenzij het betreffende besluit anders bepaalt.
6. Het verzoek om ontheffing wordt niet eerder in behandeling genomen dan nadat door de ondernemer de navolgende retributie is voldaan:
a. met betrekking tot het verzoek om ontheffing ten aanzien van het bepaalde in artikel 2, eerste lid een bedrag van € 50,–;
b. met betrekking tot het verzoek om ontheffing ten aanzien van het bepaalde in artikel 3, eerste lid een bedrag van € 150,–;
c. met betrekking tot het verzoek om ontheffing ten aanzien van het bepaalde in artikel 3, tweede lid een bedrag van € 150,–.
2. Het bestuur kan bij besluit, gehoord de commissie, vrijstelling verlenen van een of meer bepalingen uit deze verordening en daarbij nadere voorschriften vaststellen.
3. De secretaris kan namens het bestuur op schriftelijk verzoek van de ondernemer ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 2, eerste lid, artikel 3, eerste lid (met uitzondering van de teelt van NAK-pootaardappelen) of artikel 3, tweede lid.
4. De voorzitter stelt namens het bestuur bij besluit de voorschriften vast waaronder ontheffing van het bepaalde in artikel 3, eerste lid verleend kan worden.
5. Een besluit als bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid wordt bekend gemaakt in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van bekendmaking, tenzij het betreffende besluit anders bepaalt.
6. Het verzoek om ontheffing wordt niet eerder in behandeling genomen dan nadat door de ondernemer de navolgende retributie is voldaan:
a. met betrekking tot het verzoek om ontheffing ten aanzien van het bepaalde in artikel 2, eerste lid een bedrag van € 50,–;
b. met betrekking tot het verzoek om ontheffing ten aanzien van het bepaalde in artikel 3, eerste lid een bedrag van € 150,–;
c. met betrekking tot het verzoek om ontheffing ten aanzien van het bepaalde in artikel 3, tweede lid een bedrag van € 150,–.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0024018
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl