BWBR0024191
Geldig vanaf 14-07-2008
Artikel 13
Regeling Financieel Mandaat RDW
a. Aan de Directie blijven voorbehouden: – het kwijtschelden van vorderingen;
– het aangaan van nationale en internationale samenwerkingsverbanden;
– het aangaan van verplichtingen in het kader van dienstverlening voor derden, met dien verstande dat deze verplichtingen ook mogen worden aangegaan door de in de artikelen 9, 10 en 11 van deze regeling genoemde functionarissen, voorzover ze de in deze artikelen bedoelde geldelijke belangen niet te boven gaan;
– de aanschaf van onroerende zaken en het vervreemden van roerende en onroerende zaken.
– het kwijtschelden van vorderingen;
– het aangaan van nationale en internationale samenwerkingsverbanden;
– het aangaan van verplichtingen in het kader van dienstverlening voor derden, met dien verstande dat deze verplichtingen ook mogen worden aangegaan door de in de artikelen 9, 10 en 11 van deze regeling genoemde functionarissen, voorzover ze de in deze artikelen bedoelde geldelijke belangen niet te boven gaan;
– de aanschaf van onroerende zaken en het vervreemden van roerende en onroerende zaken.
b. Aan de Directie en de in artikel 1 genoemde functionarissen blijven voorbehouden: – aangelegenheden met een geldelijk belang waarvan de financiële gevolgen de periode van drie jaar overschrijden.
– het aangaan van nationale en internationale samenwerkingsverbanden;
– het aangaan van verplichtingen in het kader van dienstverlening voor derden, met dien verstande dat deze verplichtingen ook mogen worden aangegaan door de in de artikelen 9, 10 en 11 van deze regeling genoemde functionarissen, voorzover ze de in deze artikelen bedoelde geldelijke belangen niet te boven gaan;
– de aanschaf van onroerende zaken en het vervreemden van roerende en onroerende zaken.
– het kwijtschelden van vorderingen;
– het aangaan van nationale en internationale samenwerkingsverbanden;
– het aangaan van verplichtingen in het kader van dienstverlening voor derden, met dien verstande dat deze verplichtingen ook mogen worden aangegaan door de in de artikelen 9, 10 en 11 van deze regeling genoemde functionarissen, voorzover ze de in deze artikelen bedoelde geldelijke belangen niet te boven gaan;
– de aanschaf van onroerende zaken en het vervreemden van roerende en onroerende zaken.
b. Aan de Directie en de in artikel 1 genoemde functionarissen blijven voorbehouden: – aangelegenheden met een geldelijk belang waarvan de financiële gevolgen de periode van drie jaar overschrijden.
- Citeren als
- Art. 13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0024191
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl