BWBR0024238
Geldig vanaf 2008-08-25
Artikel 14
Wet tuchtrechtspraak accountants
1. De secretaris en de leden zijn voor hun werkzaamheden enkel verantwoording verschuldigd aan de accountantskamer.
2. Artikel 42 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenarenis ten aanzien van de voorzitter de leden en de secretaris van overeenkomstige toepassing.
3. De artikelen 13a, 13b, uitgezonderd het eerste lid, onderdelen b en c, en vierde lid, en 13c tot en met 13g van de Wet op de rechterlijke organisatiezijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van gedragingen van de voorzitter en de leden, met dien verstande dat:
a. voor de overeenkomstige toepassing van die artikelen onder «het betrokken gerechtsbestuur» wordt verstaan: de voorzitter van de accountantskamer; en
b. de procureur-generaal niet verplicht is aan het verzoek, bedoeld in artikel 13a, te voldoen, indien de verzoeker redelijkerwijs onvoldoende belang heeft bij een onderzoek als bedoeld in datzelfde artikel.
2. Artikel 42 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenarenis ten aanzien van de voorzitter de leden en de secretaris van overeenkomstige toepassing.
3. De artikelen 13a, 13b, uitgezonderd het eerste lid, onderdelen b en c, en vierde lid, en 13c tot en met 13g van de Wet op de rechterlijke organisatiezijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van gedragingen van de voorzitter en de leden, met dien verstande dat:
a. voor de overeenkomstige toepassing van die artikelen onder «het betrokken gerechtsbestuur» wordt verstaan: de voorzitter van de accountantskamer; en
b. de procureur-generaal niet verplicht is aan het verzoek, bedoeld in artikel 13a, te voldoen, indien de verzoeker redelijkerwijs onvoldoende belang heeft bij een onderzoek als bedoeld in datzelfde artikel.