BWBR0024328
Geldig vanaf 17-02-2013
Artikel 5
Verordening PA erosiebestrijding Zuid-Limburg 2008
1. Het is tot en met 31 december 2013 een ondernemer verboden een perceel met een hellinglengte van meer dan 50 meter en een hellingspercentage van 2% of meer, met een erosiebevorderend gewas te betelen.
2. De ondernemer mag van het bepaalde in het eerste lid afwijken op voorwaarde dat hij op het perceel:
a. in het betreffende teeltjaar geen andere dan de niet-kerende grondbewerking toepast en een bodembedekking inzaait, of
b. een groenstrook of groenvlak aanlegt, of
c. in het jaar voorafgaand aan de teelt van het hoofdgewas een bodembedekking heeft ingezaaid, waarvan de gewasresten in het voorjaar in de bovenste 12 cm aanwezig blijven.
3. Indien de ondernemer kiest voor een maatregel bedoeld in het tweede lid, onderdeel b of c, doet hij uiterlijk zeven dagen na toepassing van een andere dan een niet-kerende grondbewerking, hiervan mededeling aan de secretaris.
4. Een groenstrook als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, heeft een breedte van ten minste 2% van de hellinglengte en met een minimum van drie meter.
5. Een groenvlak als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, heeft een oppervlak van ten minste 2% van het oppervlak van het perceel.
2. De ondernemer mag van het bepaalde in het eerste lid afwijken op voorwaarde dat hij op het perceel:
a. in het betreffende teeltjaar geen andere dan de niet-kerende grondbewerking toepast en een bodembedekking inzaait, of
b. een groenstrook of groenvlak aanlegt, of
c. in het jaar voorafgaand aan de teelt van het hoofdgewas een bodembedekking heeft ingezaaid, waarvan de gewasresten in het voorjaar in de bovenste 12 cm aanwezig blijven.
3. Indien de ondernemer kiest voor een maatregel bedoeld in het tweede lid, onderdeel b of c, doet hij uiterlijk zeven dagen na toepassing van een andere dan een niet-kerende grondbewerking, hiervan mededeling aan de secretaris.
4. Een groenstrook als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, heeft een breedte van ten minste 2% van de hellinglengte en met een minimum van drie meter.
5. Een groenvlak als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, heeft een oppervlak van ten minste 2% van het oppervlak van het perceel.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0024328
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl