BWBR0024444
Geldig vanaf 2008-11-10
Artikel 5
Besluit verplichte afkoop woninggebonden subsidies
1. Voor de toepassing van artikel 4wordt:
a. uitgegaan van maanden van dertig dagen en van een jaar van 360 dagen;
b. de disconteringsvoet (i) gesteld op 0,0400 (4,00%), en
c. uitgegaan van een rendement van 4,00% voor alle rentevaste tijdvakken die volgen op het lopende rentevaste tijdvak.
2. Indien voor het lopende rentevaste tijdvak een rente is vastgesteld die lager is dan 4,00%, wordt vanaf de dag na de afkoopdatum uitgegaan van een rendement van 4,00% voor het resterende deel van dat tijdvak.
3. Indien 31 december van enig jaar de afkoopdatum is en tevens het einde van een rentevast tijdvak, wordt voor het eerste daaropvolgende rentevaste tijdvak de rente vastgesteld op de lange rente, die in het Centraal Economisch Plan wordt genoemd voor het eerste jaar van dat rentevaste tijdvak, verhoogd met 0,6%.
4. Indien een jaarbedrag op grond van artikel 14, tweede lid, van het Besluit woninggebonden subsidiesin twaalf maandelijkse termijnen wordt uitbetaald, wordt voor de toepassing van artikel 4de vervaldatum van dat jaarbedrag gesteld op 1 juli.
5. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, kunnen de disconteringsvoet en het percentage, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, en het tweede lid, voor een daarbij te bepalen periode worden gewijzigd, indien, gelet op de dan geldende rente, het percentage voor de disconteringsvoet voor die periode voor de gemeenten of de samenwerkingsverbanden, bedoeld in artikel 2, nadelig uitvalt.
a. uitgegaan van maanden van dertig dagen en van een jaar van 360 dagen;
b. de disconteringsvoet (i) gesteld op 0,0400 (4,00%), en
c. uitgegaan van een rendement van 4,00% voor alle rentevaste tijdvakken die volgen op het lopende rentevaste tijdvak.
2. Indien voor het lopende rentevaste tijdvak een rente is vastgesteld die lager is dan 4,00%, wordt vanaf de dag na de afkoopdatum uitgegaan van een rendement van 4,00% voor het resterende deel van dat tijdvak.
3. Indien 31 december van enig jaar de afkoopdatum is en tevens het einde van een rentevast tijdvak, wordt voor het eerste daaropvolgende rentevaste tijdvak de rente vastgesteld op de lange rente, die in het Centraal Economisch Plan wordt genoemd voor het eerste jaar van dat rentevaste tijdvak, verhoogd met 0,6%.
4. Indien een jaarbedrag op grond van artikel 14, tweede lid, van het Besluit woninggebonden subsidiesin twaalf maandelijkse termijnen wordt uitbetaald, wordt voor de toepassing van artikel 4de vervaldatum van dat jaarbedrag gesteld op 1 juli.
5. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, kunnen de disconteringsvoet en het percentage, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, en het tweede lid, voor een daarbij te bepalen periode worden gewijzigd, indien, gelet op de dan geldende rente, het percentage voor de disconteringsvoet voor die periode voor de gemeenten of de samenwerkingsverbanden, bedoeld in artikel 2, nadelig uitvalt.