BWBR0024463
Geldig vanaf 31-08-2008
Artikel 6
Verordening bestrijding Ziekte van Aujeszky bij varkens (PVV) 2008
1. Het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften wordt namens het productschap uitgeoefend door een door het bestuur bij besluit aangewezen dienst en door het bestuur aangewezen personen.
2. In het kader van het tijdig kunnen opsporen van een mogelijke uitbraak van de Ziekte van Aujeszky bij varkens en het adequaat kunnen bestrijden van deze uitbraak zijn ondernemers verplicht:
a. aan de door het bestuur aangewezen dienst en personen al die gegevens te verstrekken of te doen verstrekken, die nodig zijn voor de vervulling van hun taak;
b. aan de door het bestuur aangewezen dienst en personen inzage te geven of te doen geven in die boeken en bescheiden, die nodig zijn voor de vervulling van hun taak;
c. aan de door het bestuur aangewezen dienst en personen te allen tijde toegang te geven of te doen geven tot hun bedrijfsruimten en tot die plaatsen of vervoermiddelen, waar dan wel waarin voorraden (waaronder begrepen varkens, karkassen, monsters en verpakkingsmateriaal), tot het bedrijf van de ondernemer behorende, zijn opgeslagen dan wel worden vervoerd;
d. te gedogen dat de door het bestuur aangewezen dienst en personen monsters nemen uit de voorraden van het bedrijf van de ondernemer (waaronder begrepen varkens, karkassen, monsters en verpakkingsmateriaal), ongeacht de plaats waar of waarin zich die voorraden bevinden en de ondernemer zal alsdan de van hem gevorderde medewerking verlenen overeenkomstig de aanwijzingen van de door het bestuur aangewezen dienst en personen.
3. De in het eerste lid bedoelde personen zijn bevoegd berechtingsrapporten ten behoeve van tuchtrechtelijke afhandeling van overtredingen op te maken.
4. De in het eerste lid aangewezen personen houden toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde overeenkomstig het bepaalde in afdeling 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht.
2. In het kader van het tijdig kunnen opsporen van een mogelijke uitbraak van de Ziekte van Aujeszky bij varkens en het adequaat kunnen bestrijden van deze uitbraak zijn ondernemers verplicht:
a. aan de door het bestuur aangewezen dienst en personen al die gegevens te verstrekken of te doen verstrekken, die nodig zijn voor de vervulling van hun taak;
b. aan de door het bestuur aangewezen dienst en personen inzage te geven of te doen geven in die boeken en bescheiden, die nodig zijn voor de vervulling van hun taak;
c. aan de door het bestuur aangewezen dienst en personen te allen tijde toegang te geven of te doen geven tot hun bedrijfsruimten en tot die plaatsen of vervoermiddelen, waar dan wel waarin voorraden (waaronder begrepen varkens, karkassen, monsters en verpakkingsmateriaal), tot het bedrijf van de ondernemer behorende, zijn opgeslagen dan wel worden vervoerd;
d. te gedogen dat de door het bestuur aangewezen dienst en personen monsters nemen uit de voorraden van het bedrijf van de ondernemer (waaronder begrepen varkens, karkassen, monsters en verpakkingsmateriaal), ongeacht de plaats waar of waarin zich die voorraden bevinden en de ondernemer zal alsdan de van hem gevorderde medewerking verlenen overeenkomstig de aanwijzingen van de door het bestuur aangewezen dienst en personen.
3. De in het eerste lid bedoelde personen zijn bevoegd berechtingsrapporten ten behoeve van tuchtrechtelijke afhandeling van overtredingen op te maken.
4. De in het eerste lid aangewezen personen houden toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde overeenkomstig het bepaalde in afdeling 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0024463
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl