BWBR0024510
Geldig vanaf 31-08-2008
Artikel 2
Heffingsverordening PA Fonds aardappelverwerking jaar 2008
1. De ondernemer die aardappelproducten vervaardigt, is verplicht over het jaar 2008 aan het productschap een heffing te betalen van € 107,– per 1.000 ton aardappelen terzake van de verwerking van aardappelen tot aardappelproducten.
2. Van de heffing zijn uitgezonderd de aardappelen die worden ingevoerd en in Nederland tot aardappelproducten worden verwerkt.
3. Aan de in het eerste lid bedoelde ondernemer die lid is van de Vereniging voor de Aardappelverwerkende Industrie (VAVI) en over het jaar 2008 de volledige contributie heeft betaald, wordt een korting toegestaan gelijk aan 25% van de verschuldigde heffing. De aftrek wordt slechts toegestaan indien uit de door genoemde vereniging verstrekte opgaven blijkt dat de contributie is betaald.
4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op ondernemers als in het eerste lid bedoeld, die, al dan niet rechtstreeks, lid zijn van een organisatie van ondernemers die een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid is en die:
a. krachtens haar statutaire doelstelling haar werkzaamheid kan uitstrekken tot ten minste een belangrijk gedeelte van het terrein waarop het productschap een taak heeft te vervullen;
b. voldoet aan de kwalitatieve representativiteitscriteria, genoemd in de artikelen 3 tot en met 7 van de Verordening representativiteit organisaties van de Sociaal Economische Raad;
c. tot de werkingssfeer van het productschap behorende leden heeft, waarvan het gewogen aantal niet onbetekenend is;
d. met betrekking tot de behartiging van sociaal-economische belangen van ondernemers een positie van enige betekenis inneemt binnen de groep van ondernemers die zij beoogt te organiseren, hetgeen onder meer kan blijken uit de mate van representativiteit binnen die groep, de deelname aan het arbeidsvoorwaardenoverleg, het verrichten van studies of diensten die ook buiten die groep van belang worden geacht en de deelname aan regelmatig overleg met de overheid, en
e. haar activiteiten, al dan niet door middel van een federatie van gelijksoortige organisaties, landelijk ontplooit.
5. De in het vierde lid bedoelde aftrek wordt slechts toegestaan indien daartoe door het bestuur van de desbetreffende organisatie een verzoek is gedaan en de organisatie vervolgens door het bestuur is aangewezen.
2. Van de heffing zijn uitgezonderd de aardappelen die worden ingevoerd en in Nederland tot aardappelproducten worden verwerkt.
3. Aan de in het eerste lid bedoelde ondernemer die lid is van de Vereniging voor de Aardappelverwerkende Industrie (VAVI) en over het jaar 2008 de volledige contributie heeft betaald, wordt een korting toegestaan gelijk aan 25% van de verschuldigde heffing. De aftrek wordt slechts toegestaan indien uit de door genoemde vereniging verstrekte opgaven blijkt dat de contributie is betaald.
4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op ondernemers als in het eerste lid bedoeld, die, al dan niet rechtstreeks, lid zijn van een organisatie van ondernemers die een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid is en die:
a. krachtens haar statutaire doelstelling haar werkzaamheid kan uitstrekken tot ten minste een belangrijk gedeelte van het terrein waarop het productschap een taak heeft te vervullen;
b. voldoet aan de kwalitatieve representativiteitscriteria, genoemd in de artikelen 3 tot en met 7 van de Verordening representativiteit organisaties van de Sociaal Economische Raad;
c. tot de werkingssfeer van het productschap behorende leden heeft, waarvan het gewogen aantal niet onbetekenend is;
d. met betrekking tot de behartiging van sociaal-economische belangen van ondernemers een positie van enige betekenis inneemt binnen de groep van ondernemers die zij beoogt te organiseren, hetgeen onder meer kan blijken uit de mate van representativiteit binnen die groep, de deelname aan het arbeidsvoorwaardenoverleg, het verrichten van studies of diensten die ook buiten die groep van belang worden geacht en de deelname aan regelmatig overleg met de overheid, en
e. haar activiteiten, al dan niet door middel van een federatie van gelijksoortige organisaties, landelijk ontplooit.
5. De in het vierde lid bedoelde aftrek wordt slechts toegestaan indien daartoe door het bestuur van de desbetreffende organisatie een verzoek is gedaan en de organisatie vervolgens door het bestuur is aangewezen.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0024510
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl