BWBR0024589
Geldig vanaf 11-10-2008
Artikel 5
Podiumregeling van het Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten+
1. Een subsidieaanvraag voldoet aan de volgende verplichtingen:
a. de activiteiten worden in Nederland uitgevoerd in schouwburgen, multifunctionele centra, concertzalen, vlakke vloertheaters, op podia voor nieuwe en oude muziek, kamer-, jazz-, pop- en wereldmuziek;
b. de gesubsidieerde activiteiten hebben een in de tijd beperkt karakter (minimaal twee en maximaal drie jaar);
c. de activiteiten hebben betrekking op de presentatie van professioneel of semiprofessioneel podiumkunstaanbod;
d. de te programmeren voorstellingen en concerten zijn openbaar en in beginsel tegen betaling toegankelijk. Indien het betalen van een entree niet van toepassing is, wordt dit gemotiveerd in de projectbeschrijving.
2. Bij de aanvraag overlegt u bij een eerste subsidieverzoek aan het fonds:
a. een afschrift van de oprichtingsakte of statuten;
b. een afschrift, niet ouder dan twaalf maanden, waaruit de inschrijving van de aanvrager in het geldende openbaar register blijkt.
3. De overige partners in het samenwerkingsverband overleggen alleen op verzoek van het fonds:
a. een afschrift van de oprichtingsakte of statuten;
b. een afschrift, niet ouder dan twaalf maanden, waaruit de inschrijving van de aanvrager in het geldende openbaar register blijkt.
a. de activiteiten worden in Nederland uitgevoerd in schouwburgen, multifunctionele centra, concertzalen, vlakke vloertheaters, op podia voor nieuwe en oude muziek, kamer-, jazz-, pop- en wereldmuziek;
b. de gesubsidieerde activiteiten hebben een in de tijd beperkt karakter (minimaal twee en maximaal drie jaar);
c. de activiteiten hebben betrekking op de presentatie van professioneel of semiprofessioneel podiumkunstaanbod;
d. de te programmeren voorstellingen en concerten zijn openbaar en in beginsel tegen betaling toegankelijk. Indien het betalen van een entree niet van toepassing is, wordt dit gemotiveerd in de projectbeschrijving.
2. Bij de aanvraag overlegt u bij een eerste subsidieverzoek aan het fonds:
a. een afschrift van de oprichtingsakte of statuten;
b. een afschrift, niet ouder dan twaalf maanden, waaruit de inschrijving van de aanvrager in het geldende openbaar register blijkt.
3. De overige partners in het samenwerkingsverband overleggen alleen op verzoek van het fonds:
a. een afschrift van de oprichtingsakte of statuten;
b. een afschrift, niet ouder dan twaalf maanden, waaruit de inschrijving van de aanvrager in het geldende openbaar register blijkt.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0024589
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl