BWBR0024620
Geldig vanaf 21-10-2008
Artikel 1
Instellingsbesluit Kwaliteitsinstituut beëdigde tolken en vertalers
Er is een Kwaliteitsinstituut beëdigde tolken en vertalers. Het Kwaliteitsinstituut heeft als taken:
– De Raad en de minister van Justitie gevraagd en ongevraagd te adviseren over: – de aanduiding van het vereiste niveau van competenties voor beëdigde tolken en vertalers;
– de wijze waarop tolken en vertalers kunnen aantonen daaraan te voldoen;
– eisen aan tolken en vertalers die kunnen worden ingeschreven in de lijst genoemd in art 2, lid 3 Wbtv;
– vereisten voor registratie van aanvullende bekwaamheden;
– toetskaders voor taal- en cultuurtoetsen;
– eisen aan instellingen en deskundigen die taal- en cultuurtoetsen mogen afnemen;
– criteria voor opleidingen in het kader van permanente educatie.
– de aanduiding van het vereiste niveau van competenties voor beëdigde tolken en vertalers;
– de wijze waarop tolken en vertalers kunnen aantonen daaraan te voldoen;
– eisen aan tolken en vertalers die kunnen worden ingeschreven in de lijst genoemd in art 2, lid 3 Wbtv;
– vereisten voor registratie van aanvullende bekwaamheden;
– toetskaders voor taal- en cultuurtoetsen;
– eisen aan instellingen en deskundigen die taal- en cultuurtoetsen mogen afnemen;
– criteria voor opleidingen in het kader van permanente educatie.
– Het ontwikkelen en onderhouden van (aanvullende) instrumenten voor kwaliteitsborging van tolk- en vertaaldiensten, in elk geval in het justitiedomein;
– Adviseren over knelpunten uit de uitvoeringspraktijk en regelgeving, effecten van beleid en de werking van het stelsel;
– Zorgen voor inbreng uit de beroepspraktijk bij het opstellen van competentieprofielen en eindtermen van opleidingen;
– Het onderwijsveld aanzetten tot op- en inrichting van tolk- en vertaalopleidingen en toetsen in voor justitie en politie relevante talen en bekwaamheden;
– Fungeren als kenniscentrum voor afnemers.
– De Raad en de minister van Justitie gevraagd en ongevraagd te adviseren over: – de aanduiding van het vereiste niveau van competenties voor beëdigde tolken en vertalers;
– de wijze waarop tolken en vertalers kunnen aantonen daaraan te voldoen;
– eisen aan tolken en vertalers die kunnen worden ingeschreven in de lijst genoemd in art 2, lid 3 Wbtv;
– vereisten voor registratie van aanvullende bekwaamheden;
– toetskaders voor taal- en cultuurtoetsen;
– eisen aan instellingen en deskundigen die taal- en cultuurtoetsen mogen afnemen;
– criteria voor opleidingen in het kader van permanente educatie.
– de aanduiding van het vereiste niveau van competenties voor beëdigde tolken en vertalers;
– de wijze waarop tolken en vertalers kunnen aantonen daaraan te voldoen;
– eisen aan tolken en vertalers die kunnen worden ingeschreven in de lijst genoemd in art 2, lid 3 Wbtv;
– vereisten voor registratie van aanvullende bekwaamheden;
– toetskaders voor taal- en cultuurtoetsen;
– eisen aan instellingen en deskundigen die taal- en cultuurtoetsen mogen afnemen;
– criteria voor opleidingen in het kader van permanente educatie.
– Het ontwikkelen en onderhouden van (aanvullende) instrumenten voor kwaliteitsborging van tolk- en vertaaldiensten, in elk geval in het justitiedomein;
– Adviseren over knelpunten uit de uitvoeringspraktijk en regelgeving, effecten van beleid en de werking van het stelsel;
– Zorgen voor inbreng uit de beroepspraktijk bij het opstellen van competentieprofielen en eindtermen van opleidingen;
– Het onderwijsveld aanzetten tot op- en inrichting van tolk- en vertaalopleidingen en toetsen in voor justitie en politie relevante talen en bekwaamheden;
– Fungeren als kenniscentrum voor afnemers.
- Citeren als
- Art. 1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0024620
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl