BWBR0024788
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 4
Wet rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman
1. De vice-president van de Raad van State kan een lid van de Raad van State en een staatsraad op diens verzoek gedurende een bepaalde periode ontheffen van de waarneming van zijn ambt.
2. De bezoldiging blijft gedurende de periode van de ontheffing van de waarneming van zijn ambt achterwege.
2. De bezoldiging blijft gedurende de periode van de ontheffing van de waarneming van zijn ambt achterwege.