1. De vaststelling en de notering van het volume van elke melkleverantie vinden plaats in liters. Het gebruik van een omrekeningsfactor in de data-apparatuur op de RMO is toegestaan, mits overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de
Metrologiewet, op de plaats van inname van de melk de geregistreerde liters en de omrekeningsfactor inzichtelijk zijn.
2. De omrekening van liters naar kilogrammen melk vindt plaats met behulp van een door de ontvanger van melk vast te stellen omrekeningsfactor. Deze factor wordt éénmaal per kalendermaand bepaald en is van toepassing op de daaropvolgende kalendermaand. De ontvanger van boerderijmelk heeft een procedure waarbij de werkwijze van de vaststelling van de omrekeningsfactor aantoonbaar en objectief wordt vastgesteld.
De bepaling van de omrekeningsfactor wordt door de ontvanger van boerderijmelk als volgt uitgevoerd:
A. Indien de ontvanger van boerderijmelk gebruik maakt van één RMO wordt voor de desbetreffende in gebruik zijnde RMO in de kalendermaand een omrekeningsfactor vastgesteld door na beëindiging van een melkrit het gewicht van de ontvangen melk door middel van een weegbrug of tanksnelweger in kilogrammen vast te stellen. Dat gewicht wordt gedeeld door het totale aantal gedurende die rit ontvangen liters melk, zoals dat met behulp van de vloeistofmeetinstallatie op de betreffende RMO werd vastgesteld: Bij gebruikmaking van een weegbrug wordt voor de bepaling van de omrekeningsfactor ofwel: na beëindiging van een melkrit eerst het gewicht van de geladen RMO vastgesteld, alvorens het gewicht van de lege RMO (tarragewicht) te bepalen, ofwel
voor de aanvang van een melkrit het gewicht van de lege RMO (tarragewicht) vastgesteld en na beëindiging van de melkrit het gewicht van de geladen RMO bepaald. In laatstgenoemd geval wordt bij de vaststelling van de omrekeningsfactor rekening gehouden met het verbruik van dieselolie door de RMO. Hierbij wordt uitgegaan van een verbruik van 1 kg op 3 kilometer.
Het gevonden getal wordt afgerond op de derde decimaal (tot 0,0005 naar beneden en vanaf 0,0005 tot 0,001 naar boven). De omrekeningsfactor voor iedere RMO wordt vastgesteld op het getal, dat resulteert uit deze afronding, doch ten minste op 1,028.
De bepaling van het gewicht van de van veehouders ontvangen boerderijmelk geschiedt door, met behulp van de omrekeningsfactor voor de betreffende RMO, het aantal liters, als bepaald in dit punt, om te rekenen in kg, waarbij hoeveelheden tot een halve kg naar beneden en hoeveelheden van een halve tot één kg naar boven worden afgerond.
De gegevens waaruit de omrekeningsfactor wordt afgeleid, worden gedurende ten minste één jaar op het bedrijf van de ontvanger van boerderijmelk bewaard onder vermelding van de data van bepaling van de omrekeningsfactor en de gemiddelde temperatuur van de melk bij aankomst op de zuivelfabriek.
na beëindiging van een melkrit eerst het gewicht van de geladen RMO vastgesteld, alvorens het gewicht van de lege RMO (tarragewicht) te bepalen, ofwel
voor de aanvang van een melkrit het gewicht van de lege RMO (tarragewicht) vastgesteld en na beëindiging van de melkrit het gewicht van de geladen RMO bepaald. In laatstgenoemd geval wordt bij de vaststelling van de omrekeningsfactor rekening gehouden met het verbruik van dieselolie door de RMO. Hierbij wordt uitgegaan van een verbruik van 1 kg op 3 kilometer.
Het gevonden getal wordt afgerond op de derde decimaal (tot 0,0005 naar beneden en vanaf 0,0005 tot 0,001 naar boven). De omrekeningsfactor voor iedere RMO wordt vastgesteld op het getal, dat resulteert uit deze afronding, doch ten minste op 1,028.
De bepaling van het gewicht van de van veehouders ontvangen boerderijmelk geschiedt door, met behulp van de omrekeningsfactor voor de betreffende RMO, het aantal liters, als bepaald in dit punt, om te rekenen in kg, waarbij hoeveelheden tot een halve kg naar beneden en hoeveelheden van een halve tot één kg naar boven worden afgerond.
De gegevens waaruit de omrekeningsfactor wordt afgeleid, worden gedurende ten minste één jaar op het bedrijf van de ontvanger van boerderijmelk bewaard onder vermelding van de data van bepaling van de omrekeningsfactor en de gemiddelde temperatuur van de melk bij aankomst op de zuivelfabriek.
B. Indien gebruik wordt gemaakt van twee of meer RMO’s gebruikt de ontvanger van boerderijmelk, in afwijking van het bepaalde in punt A, per fabriek of per groep van fabrieken of per groep van ontvangers een uniforme omrekeningsfactor. Deze uniforme omrekeningsfactor wordt als volgt vastgesteld: Van iedere in gebruik zijnde RMO wordt op de wijze als omschreven in punt A de omrekeningsfactor bepaald.
Het, op de wijze als omschreven in punt A, in kilogrammen vastgestelde gewicht van de melk ontvangen door RMO’s, waarvan de omrekeningsfactoren niet kleiner zijn dan 1,028 en niet groter dan 1,035 wordt gedeeld door het totaal door deze RMO’s ontvangen liters melk. De op deze wijze vastgestelde uniforme omrekeningsfactor geldt voor alle in gebruik zijnde RMO’s, inclusief die RMO’s waarvan de omrekeningsfactoren kleiner zijn dan 1,028 dan wel groter dan 1,035.
Indien de omrekeningsfactor voor een RMO kleiner is dan 1,028 dan wel groter is dan 1,035, wordt binnen één week na vaststelling van de vorige omrekeningsfactor opnieuw de omrekeningsfactor van deze RMO vastgesteld. Indien de omrekeningsfactor wederom kleiner is dan 1,028 dan wel groter is dan 1,035, wordt de RMO binnen 10 werkdagen aansluitende op de weegcontrole voor een keuring bij de erkende keurder worden aangeboden en wordt hiervan binnen één week melding gemaakt aan het COKZ.
De uniforme omrekeningsfactor wordt éénmaal per uitbetalingsperiode bepaald. Van elke in gebruik zijnde RMO wordt de datum, alsmede het tijdstip waarop de factorvaststelling plaatsvindt vastgelegd. De ontvanger van boerderijmelk draagt er zorg voor dat voor de weging van de RMO ten behoeve van de factorvaststelling een voor de betreffende ontvanger van boerderijmelk representatief aantal leveranties boerderijmelk wordt gehanteerd. Alle op de berekening van de uniforme omrekeningsfactor betrekking hebbende gegevens (datum, liters, kilogrammen en factoren) worden ten genoegen van het COKZ door de ontvanger van boerderijmelk op een duidelijke wijze geadministreerd.
De bepaling van het gewicht van de van veehouders ontvangen boerderijmelk geschiedt door, met behulp van de omrekeningsfactor voor alle RMO’s, het aantal liters, als bepaald in dit punt, om te rekenen in kg, waarbij hoeveelheden tot een halve kg naar beneden en hoeveelheden van een halve tot één kg naar boven worden afgerond. De gegevens waaruit de omrekeningsfactor wordt afgeleid, worden gedurende ten minste één jaar op het bedrijf van de ontvanger van boerderijmelk bewaard onder vermelding van de data van bepaling van de omrekeningsfactor en de gemiddelde temperatuur van de melk bij aankomst op de zuivelfabriek.
Van iedere in gebruik zijnde RMO wordt op de wijze als omschreven in punt A de omrekeningsfactor bepaald.
Het, op de wijze als omschreven in punt A, in kilogrammen vastgestelde gewicht van de melk ontvangen door RMO’s, waarvan de omrekeningsfactoren niet kleiner zijn dan 1,028 en niet groter dan 1,035 wordt gedeeld door het totaal door deze RMO’s ontvangen liters melk. De op deze wijze vastgestelde uniforme omrekeningsfactor geldt voor alle in gebruik zijnde RMO’s, inclusief die RMO’s waarvan de omrekeningsfactoren kleiner zijn dan 1,028 dan wel groter dan 1,035.
Indien de omrekeningsfactor voor een RMO kleiner is dan 1,028 dan wel groter is dan 1,035, wordt binnen één week na vaststelling van de vorige omrekeningsfactor opnieuw de omrekeningsfactor van deze RMO vastgesteld. Indien de omrekeningsfactor wederom kleiner is dan 1,028 dan wel groter is dan 1,035, wordt de RMO binnen 10 werkdagen aansluitende op de weegcontrole voor een keuring bij de erkende keurder worden aangeboden en wordt hiervan binnen één week melding gemaakt aan het COKZ.
De uniforme omrekeningsfactor wordt éénmaal per uitbetalingsperiode bepaald. Van elke in gebruik zijnde RMO wordt de datum, alsmede het tijdstip waarop de factorvaststelling plaatsvindt vastgelegd. De ontvanger van boerderijmelk draagt er zorg voor dat voor de weging van de RMO ten behoeve van de factorvaststelling een voor de betreffende ontvanger van boerderijmelk representatief aantal leveranties boerderijmelk wordt gehanteerd. Alle op de berekening van de uniforme omrekeningsfactor betrekking hebbende gegevens (datum, liters, kilogrammen en factoren) worden ten genoegen van het COKZ door de ontvanger van boerderijmelk op een duidelijke wijze geadministreerd.
De bepaling van het gewicht van de van veehouders ontvangen boerderijmelk geschiedt door, met behulp van de omrekeningsfactor voor alle RMO’s, het aantal liters, als bepaald in dit punt, om te rekenen in kg, waarbij hoeveelheden tot een halve kg naar beneden en hoeveelheden van een halve tot één kg naar boven worden afgerond. De gegevens waaruit de omrekeningsfactor wordt afgeleid, worden gedurende ten minste één jaar op het bedrijf van de ontvanger van boerderijmelk bewaard onder vermelding van de data van bepaling van de omrekeningsfactor en de gemiddelde temperatuur van de melk bij aankomst op de zuivelfabriek.
3. De tanksnelweger of weegbrug die wordt gebruikt voor de bepaling van de omrekeningsfactor voldoet aan de navolgende eisen:
Een tanksnelweger met een afleeseenheid groter dan of gelijk aan 10 kg of de weegbrug, als bedoeld in lid 2, onder A, is voorzien van de wettelijke kenmerken en voldoet aan de nauwkeurigheidseisen voor de ingebruikname van nieuwe weegwerktuigen, zoals bepaald bij of krachtens de
Metrologiewet. Een tanksnelweger met een afleeseenheid kleiner dan 10 kg als bedoeld in lid 2, punt A is voorzien van de wettelijke kenmerken en voldoet aan de nauwkeurigheidseisen voor de keuring van reeds in gebruik zijnde weegwerktuigen, zoals is bepaald bij of krachtens de
Metrologiewet.
De weegbrug of de tanksnelweger wordt ten minste éénmaal per 2% jaar onderzocht door de erkende keurder. Indien tijdens dit onderzoek wordt geconstateerd dat niet aan de hiervoor genoemde nauwkeurigheidseisen wordt voldaan, vraagt de ontvanger van boerderijmelk binnen een maand nadat het resultaat van dit onderzoek schriftelijk aan hem is medegedeeld, een nieuw onderzoek aan bij de erkende keurder. Bezit de betrokken apparatuur bij dit onderzoek evenmin de vereiste nauwkeurigheid, dan is het gebruik hiervan voor de bepaling van de omrekeningsfactor niet langer toegestaan.