BWBR0025631
Geldig vanaf 2011-11-18
Artikel 33d
Binnenvaartbesluit
1. De officier van justitie, bedoeld in artikel 35a, tweede lid, van de Scheepvaartverkeerswet, meldt onverwijld aan Onze Minister, ter opneming in het register:
a. de invordering van een vaardocument, bedoeld in artikel 35a, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet, tenzij het vaardocument inmiddels is teruggegeven;
b. de teruggave van een vaardocument, bedoeld in artikel 35a, derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet, waarvan de datum van invordering in het register is opgenomen.
2. Onze Minister registreert onverwijld de ongeldigverklaring van een vaardocument.
3. Het register kwalificatiecertificaten, dienstboekjes, vaartijdenboeken en overige vaardocumenten wordt gekoppeld aan de gegevensbank die overeenkomstig artikel 25 van Richtlijn (EU) 2017/2397door de Commissie van de Europese Unie wordt beheerd, overeenkomstig de bepalingen van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/473.
a. de invordering van een vaardocument, bedoeld in artikel 35a, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet, tenzij het vaardocument inmiddels is teruggegeven;
b. de teruggave van een vaardocument, bedoeld in artikel 35a, derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet, waarvan de datum van invordering in het register is opgenomen.
2. Onze Minister registreert onverwijld de ongeldigverklaring van een vaardocument.
3. Het register kwalificatiecertificaten, dienstboekjes, vaartijdenboeken en overige vaardocumenten wordt gekoppeld aan de gegevensbank die overeenkomstig artikel 25 van Richtlijn (EU) 2017/2397door de Commissie van de Europese Unie wordt beheerd, overeenkomstig de bepalingen van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/473.