BWBR0025960
Geldig vanaf 01-07-2009
Artikel 7
Tijdelijke regeling stimulering betere dienstverlening aan bedrijven
1. Door de minister wordt op de aanvragen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van deze regeling in volgorde van ontvangst beslist, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag naar behoren is aangevuld, geldt als datum van ontvangst.
2. Indien honorering van alle aanvragen die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het beschikbare budget voor vouchers zou worden overschreden, stelt de minister de onderlinge rangschikking van deze aanvragen vast door middel van loting.
3. De minister beslist binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag onverminderd het bepaalde in artikel 4:5, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
2. Indien honorering van alle aanvragen die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het beschikbare budget voor vouchers zou worden overschreden, stelt de minister de onderlinge rangschikking van deze aanvragen vast door middel van loting.
3. De minister beslist binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag onverminderd het bepaalde in artikel 4:5, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0025960
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl