BWBR0025994
Geldig vanaf 2009-07-01
Artikel 4.01
Reglement veiligheidspersoneel passagiersschepen
1. Personen, die de taak als deskundige als bedoeld in artikel 2.01moeten waarnemen, moeten voor het verkrijgen van de vakkennis aan een basisopleiding deelnemen. De basisopleiding moet, in het kader van een door de bevoegde autoriteit georganiseerde of door haar erkende opleiding, uitgevoerd (gevolgd) worden en moet tenminste bevatten:
a) een opleiding in de volgende onderwerpen: 1°. voorgeschreven inrichting en uitrusting van passagiersschepen;
2°. veiligheidsvoorschriften en inleiding over de benodigde hulpmaatregelen;
3°. taken van de bemanning en van het boordpersoneel overeenkomstig de veiligheidsrol;
4°. grondbeginselen betreffende de stabiliteit van de passagiersschepen in het geval van een ongeval;
5°. voorkomen van brand en brandbestrijding, gebruik van de brandblusinrichtingen (wijze van werking van de automatische sprinklerinstallaties, brandmeldsystemen en vast geïnstalleerde brandblusinstallaties);
6°. keuringsbewijs van de veiligheidsinrichtingen en -uitrustingen;
7°. principes van conflicthantering;
8°. grondbeginselen van het voorkomen van paniek;
1°. voorgeschreven inrichting en uitrusting van passagiersschepen;
2°. veiligheidsvoorschriften en inleiding over de benodigde hulpmaatregelen;
3°. taken van de bemanning en van het boordpersoneel overeenkomstig de veiligheidsrol;
4°. grondbeginselen betreffende de stabiliteit van de passagiersschepen in het geval van een ongeval;
5°. voorkomen van brand en brandbestrijding, gebruik van de brandblusinrichtingen (wijze van werking van de automatische sprinklerinstallaties, brandmeldsystemen en vast geïnstalleerde brandblusinstallaties);
6°. keuringsbewijs van de veiligheidsinrichtingen en -uitrustingen;
7°. principes van conflicthantering;
8°. grondbeginselen van het voorkomen van paniek;
b) een praktische oefening met de volgende thema’s: 1°. kennis betreffende de bediening en het gebruik van de veiligheidsuitrusting van passagiersschepen (bijvoorbeeld het omdoen van de reddingsvesten, het gebruik van drijflichamen, de bediening van de bijboot en van de overige reddingsmiddelen, de bediening van draagbare brandblussers);
2°. kennis betreffende de praktische omzetting van veiligheidsvoorschriften en het op gang brengen van de noodzakelijke hulpmaatregelen (bijvoorbeeld het evacueren van passagiers uit een vol rook staande ruimte naar een veilige omgeving, de bestrijding van het begin van een brand, het gebruik van de waterdichte en brandvertragende deuren);
1°. kennis betreffende de bediening en het gebruik van de veiligheidsuitrusting van passagiersschepen (bijvoorbeeld het omdoen van de reddingsvesten, het gebruik van drijflichamen, de bediening van de bijboot en van de overige reddingsmiddelen, de bediening van draagbare brandblussers);
2°. kennis betreffende de praktische omzetting van veiligheidsvoorschriften en het op gang brengen van de noodzakelijke hulpmaatregelen (bijvoorbeeld het evacueren van passagiers uit een vol rook staande ruimte naar een veilige omgeving, de bestrijding van het begin van een brand, het gebruik van de waterdichte en brandvertragende deuren);
c) een afsluitend examen.
2. Nadat het examen met goed gevolg is afgelegd geeft de bevoegde autoriteit of het opleidingsinstituut aan de deelnemer een verklaring als deskundige voor de passagiersvaart af volgens het model van bijlage 1.
a) een opleiding in de volgende onderwerpen: 1°. voorgeschreven inrichting en uitrusting van passagiersschepen;
2°. veiligheidsvoorschriften en inleiding over de benodigde hulpmaatregelen;
3°. taken van de bemanning en van het boordpersoneel overeenkomstig de veiligheidsrol;
4°. grondbeginselen betreffende de stabiliteit van de passagiersschepen in het geval van een ongeval;
5°. voorkomen van brand en brandbestrijding, gebruik van de brandblusinrichtingen (wijze van werking van de automatische sprinklerinstallaties, brandmeldsystemen en vast geïnstalleerde brandblusinstallaties);
6°. keuringsbewijs van de veiligheidsinrichtingen en -uitrustingen;
7°. principes van conflicthantering;
8°. grondbeginselen van het voorkomen van paniek;
1°. voorgeschreven inrichting en uitrusting van passagiersschepen;
2°. veiligheidsvoorschriften en inleiding over de benodigde hulpmaatregelen;
3°. taken van de bemanning en van het boordpersoneel overeenkomstig de veiligheidsrol;
4°. grondbeginselen betreffende de stabiliteit van de passagiersschepen in het geval van een ongeval;
5°. voorkomen van brand en brandbestrijding, gebruik van de brandblusinrichtingen (wijze van werking van de automatische sprinklerinstallaties, brandmeldsystemen en vast geïnstalleerde brandblusinstallaties);
6°. keuringsbewijs van de veiligheidsinrichtingen en -uitrustingen;
7°. principes van conflicthantering;
8°. grondbeginselen van het voorkomen van paniek;
b) een praktische oefening met de volgende thema’s: 1°. kennis betreffende de bediening en het gebruik van de veiligheidsuitrusting van passagiersschepen (bijvoorbeeld het omdoen van de reddingsvesten, het gebruik van drijflichamen, de bediening van de bijboot en van de overige reddingsmiddelen, de bediening van draagbare brandblussers);
2°. kennis betreffende de praktische omzetting van veiligheidsvoorschriften en het op gang brengen van de noodzakelijke hulpmaatregelen (bijvoorbeeld het evacueren van passagiers uit een vol rook staande ruimte naar een veilige omgeving, de bestrijding van het begin van een brand, het gebruik van de waterdichte en brandvertragende deuren);
1°. kennis betreffende de bediening en het gebruik van de veiligheidsuitrusting van passagiersschepen (bijvoorbeeld het omdoen van de reddingsvesten, het gebruik van drijflichamen, de bediening van de bijboot en van de overige reddingsmiddelen, de bediening van draagbare brandblussers);
2°. kennis betreffende de praktische omzetting van veiligheidsvoorschriften en het op gang brengen van de noodzakelijke hulpmaatregelen (bijvoorbeeld het evacueren van passagiers uit een vol rook staande ruimte naar een veilige omgeving, de bestrijding van het begin van een brand, het gebruik van de waterdichte en brandvertragende deuren);
c) een afsluitend examen.
2. Nadat het examen met goed gevolg is afgelegd geeft de bevoegde autoriteit of het opleidingsinstituut aan de deelnemer een verklaring als deskundige voor de passagiersvaart af volgens het model van bijlage 1.