BWBR0026173
Geldig vanaf 07-06-2009
Artikel 4
Verordening bestemmingsheffingen Veeziektenfonds (PPE) 2009
1. De ondernemer die grootmoederdieren of moederdieren houdt is aan het productschap een bestemmingsheffing verschuldigd ten behoeve van het Veeziektenfonds PPE over de door hem in het kalenderjaar 2009 gehouden grootmoederdieren en moederdieren.
2. De tarieven van de in het eerste lid bedoelde heffing bedragen:
a. voor vleesrassen kippen € 0,22018 per grootmoederdier,
b. voor vleesrassen kippen € 0,125 per moederdier,
c. voor kalkoenen € 0,07758 per moederdier.
3. De in het eerste lid bedoelde heffing is éénmaal gedurende het leven van een grootmoederdier of moederdier verschuldigd:
a. Indien het grootmoederdieren of moederdieren van kippen betreft: 1. zodra de grootmoederdieren of moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de grootmoederdieren of moederdieren de leeftijd van 20 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong in productie worden genomen;
1. zodra de grootmoederdieren of moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de grootmoederdieren of moederdieren de leeftijd van 20 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong in productie worden genomen;
b. Indien het moederdieren van kalkoenen betreft: 1. zodra de grootmoederdieren of moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de moederdieren de leeftijd van 29 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong als zodanig in productie worden genomen.
1. zodra de grootmoederdieren of moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de moederdieren de leeftijd van 29 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong als zodanig in productie worden genomen.
2. De tarieven van de in het eerste lid bedoelde heffing bedragen:
a. voor vleesrassen kippen € 0,22018 per grootmoederdier,
b. voor vleesrassen kippen € 0,125 per moederdier,
c. voor kalkoenen € 0,07758 per moederdier.
3. De in het eerste lid bedoelde heffing is éénmaal gedurende het leven van een grootmoederdier of moederdier verschuldigd:
a. Indien het grootmoederdieren of moederdieren van kippen betreft: 1. zodra de grootmoederdieren of moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de grootmoederdieren of moederdieren de leeftijd van 20 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong in productie worden genomen;
1. zodra de grootmoederdieren of moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de grootmoederdieren of moederdieren de leeftijd van 20 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong in productie worden genomen;
b. Indien het moederdieren van kalkoenen betreft: 1. zodra de grootmoederdieren of moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de moederdieren de leeftijd van 29 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong als zodanig in productie worden genomen.
1. zodra de grootmoederdieren of moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de moederdieren de leeftijd van 29 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong als zodanig in productie worden genomen.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0026173
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl