BWBR0026239
Geldig vanaf 01-07-2009
Artikel 13
Verordening identificatie en registratie van paardachtigen (PVV) 2009
1. De transponder wordt aan de linkerkant van de hals van de paardachtige en met inachtneming van het bepaalde in het tweede en derde lid, geïmplanteerd door een dierenarts of door een paardenpaspoortconsulent.
2. In aanvulling op het bepaalde in artikel 2, tweede lid, onder b), van Verordening (EG) Nr. 504/2008, begint het transpondernummer van de transponder met de landencode van Nederland, zijnde 528.
3. Het bestuur stelt bij besluit een protocol vast, waarin in aanvulling op het bepaalde in artikel 11, van Verordening (EG) Nr. 504/2008, voorschriften worden gegeven ter zake van het implanteren van transponders. Het besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
2. In aanvulling op het bepaalde in artikel 2, tweede lid, onder b), van Verordening (EG) Nr. 504/2008, begint het transpondernummer van de transponder met de landencode van Nederland, zijnde 528.
3. Het bestuur stelt bij besluit een protocol vast, waarin in aanvulling op het bepaalde in artikel 11, van Verordening (EG) Nr. 504/2008, voorschriften worden gegeven ter zake van het implanteren van transponders. Het besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
- Citeren als
- Art. 13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0026239
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl