BWBR0026697
Geldig vanaf 01-12-2009
Artikel 4
Uitkeringsreglement IOW 2009
1. De aanvrager of de uitkeringsgerechtigde:
a. maakt controle door een daartoe door het UWV gemachtigde persoon mogelijk;
b. neemt, indien hij niet bereikbaar is op zijn woon- of verblijfplaats, de aanwijzingen in acht die zijn achtergelaten door de in onderdeel a van dit lid bedoelde persoon;
c. geeft van een wijziging in zijn woon- of verblijfplaats zo spoedig mogelijk kennis aan het UWV;
d. verleent op verzoek van het UWV inzage in en verstrekt tegen kostprijs informatie voor zover deze betekenis kan hebben voor het recht op uitkering, de hoogte van de uitkering of het bedrag van de uitkering dat aan de uitkeringsgerechtigde wordt betaald.
2. De aanvrager of de uitkeringsgerechtigde bewaart de in het eerste lid onderdeel d bedoelde informatie tot het einde van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop de informatie betrekking heeft.
3. De uitkeringsgerechtigde is verplicht ten behoeve van de uitvoering van de IOW het bepaalde in artikel 12, tweede lid, onder a, van de IOW, voor zover deze verplichting ziet op de naleving van de verplichting als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder b, van de IOW, en het bepaalde in het eerste lid, onderdeel d, alsmede het bepaalde in het tweede lid ook na te komen als het recht op uitkering is geëindigd.
a. maakt controle door een daartoe door het UWV gemachtigde persoon mogelijk;
b. neemt, indien hij niet bereikbaar is op zijn woon- of verblijfplaats, de aanwijzingen in acht die zijn achtergelaten door de in onderdeel a van dit lid bedoelde persoon;
c. geeft van een wijziging in zijn woon- of verblijfplaats zo spoedig mogelijk kennis aan het UWV;
d. verleent op verzoek van het UWV inzage in en verstrekt tegen kostprijs informatie voor zover deze betekenis kan hebben voor het recht op uitkering, de hoogte van de uitkering of het bedrag van de uitkering dat aan de uitkeringsgerechtigde wordt betaald.
2. De aanvrager of de uitkeringsgerechtigde bewaart de in het eerste lid onderdeel d bedoelde informatie tot het einde van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop de informatie betrekking heeft.
3. De uitkeringsgerechtigde is verplicht ten behoeve van de uitvoering van de IOW het bepaalde in artikel 12, tweede lid, onder a, van de IOW, voor zover deze verplichting ziet op de naleving van de verplichting als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder b, van de IOW, en het bepaalde in het eerste lid, onderdeel d, alsmede het bepaalde in het tweede lid ook na te komen als het recht op uitkering is geëindigd.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0026697
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl