BWBR0026761
Geldig vanaf 2009-12-07
Artikel 5
Dienstenbesluit centraal loket
1. Het centraal loket is zodanig ingericht dat het tijdstip wordt geregistreerd waarop een procedurebericht:
a. een binnen het centraal loket voor een dienstverrichter respectievelijk een bevoegde instantie toegankelijke elektronische omgeving bereikt, indien een dienstverrichter respectievelijk een bevoegde instantie het procedurebericht daarnaar heeft verzonden;
b. het centraal loket verlaat, indien een dienstverrichter het procedurebericht via het centraal loket heeft verzonden naar een systeem voor gegevensverwerking buiten het centraal loket.
2. Het centraal loket is zodanig ingericht dat het geregistreerde tijdstip, bedoeld in het eerste lid, onder a of b, op een voor de ontvanger toegankelijke wijze aan het procedurebericht wordt gehecht.
3. Het centraal loket is zodanig ingericht dat aan de ontvanger van een procedurebericht, bedoeld in het eerste lid, onder a, onverwijld mededeling wordt gedaan van de aanwezigheid van dat bericht in de elektronische omgeving binnen het centraal loket die het na verzending heeft bereikt.
4. Het centraal loket is zodanig ingericht dat het eerste tot en met derde lid van overeenkomstige toepassing is op het doorzenden van berichten tussen bevoegde instanties.
a. een binnen het centraal loket voor een dienstverrichter respectievelijk een bevoegde instantie toegankelijke elektronische omgeving bereikt, indien een dienstverrichter respectievelijk een bevoegde instantie het procedurebericht daarnaar heeft verzonden;
b. het centraal loket verlaat, indien een dienstverrichter het procedurebericht via het centraal loket heeft verzonden naar een systeem voor gegevensverwerking buiten het centraal loket.
2. Het centraal loket is zodanig ingericht dat het geregistreerde tijdstip, bedoeld in het eerste lid, onder a of b, op een voor de ontvanger toegankelijke wijze aan het procedurebericht wordt gehecht.
3. Het centraal loket is zodanig ingericht dat aan de ontvanger van een procedurebericht, bedoeld in het eerste lid, onder a, onverwijld mededeling wordt gedaan van de aanwezigheid van dat bericht in de elektronische omgeving binnen het centraal loket die het na verzending heeft bereikt.
4. Het centraal loket is zodanig ingericht dat het eerste tot en met derde lid van overeenkomstige toepassing is op het doorzenden van berichten tussen bevoegde instanties.