BWBR0026926
Geldig vanaf 24-12-2009
Artikel 7
Plusregeling Fonds voor Cultuurparticipatie
1) hoogte: – Bij het vaststellen van de hoogte van de bijdrage worden alleen variabele projectkosten in aanmerking genomen die relevant zijn in het licht van de in de aanhef van deze regeling verwoorde doelstelling. Lasten die op enigerlei wijze tot de normale exploitatiekosten kunnen worden gerekend, zoals bijvoorbeeld uniformen, atelierinrichting, filmcamera’s, muziekinstrumenten en investeringen die niet direct op de realisatie van de activiteit zijn gericht komen niet voor ondersteuning in aanmerking.
– Het fonds ondersteunt maximaal 50 procent van de variabele projectkosten met dien verstande dat het aandeel van het fonds in de variabele projectkosten minimaal € 5.000,– en maximaal € 100.000,– is behoudens uitzonderlijke gevallen.
– In de begroting bestaat een redelijke verhouding tussen het aangevraagde bedrag en de bijdrage van andere financiers.
– De post onvoorzien mag maximaal 5% van de totale projectbegroting bedragen.
– Bij het vaststellen van de hoogte van de bijdrage worden alleen variabele projectkosten in aanmerking genomen die relevant zijn in het licht van de in de aanhef van deze regeling verwoorde doelstelling. Lasten die op enigerlei wijze tot de normale exploitatiekosten kunnen worden gerekend, zoals bijvoorbeeld uniformen, atelierinrichting, filmcamera’s, muziekinstrumenten en investeringen die niet direct op de realisatie van de activiteit zijn gericht komen niet voor ondersteuning in aanmerking.
– Het fonds ondersteunt maximaal 50 procent van de variabele projectkosten met dien verstande dat het aandeel van het fonds in de variabele projectkosten minimaal € 5.000,– en maximaal € 100.000,– is behoudens uitzonderlijke gevallen.
– In de begroting bestaat een redelijke verhouding tussen het aangevraagde bedrag en de bijdrage van andere financiers.
– De post onvoorzien mag maximaal 5% van de totale projectbegroting bedragen.
2) duur: Projecten kunnen binnen de plusregeling worden ondersteund voor een aaneengesloten periode van één dag tot maximaal twee jaar.
– Het fonds ondersteunt maximaal 50 procent van de variabele projectkosten met dien verstande dat het aandeel van het fonds in de variabele projectkosten minimaal € 5.000,– en maximaal € 100.000,– is behoudens uitzonderlijke gevallen.
– In de begroting bestaat een redelijke verhouding tussen het aangevraagde bedrag en de bijdrage van andere financiers.
– De post onvoorzien mag maximaal 5% van de totale projectbegroting bedragen.
– Bij het vaststellen van de hoogte van de bijdrage worden alleen variabele projectkosten in aanmerking genomen die relevant zijn in het licht van de in de aanhef van deze regeling verwoorde doelstelling. Lasten die op enigerlei wijze tot de normale exploitatiekosten kunnen worden gerekend, zoals bijvoorbeeld uniformen, atelierinrichting, filmcamera’s, muziekinstrumenten en investeringen die niet direct op de realisatie van de activiteit zijn gericht komen niet voor ondersteuning in aanmerking.
– Het fonds ondersteunt maximaal 50 procent van de variabele projectkosten met dien verstande dat het aandeel van het fonds in de variabele projectkosten minimaal € 5.000,– en maximaal € 100.000,– is behoudens uitzonderlijke gevallen.
– In de begroting bestaat een redelijke verhouding tussen het aangevraagde bedrag en de bijdrage van andere financiers.
– De post onvoorzien mag maximaal 5% van de totale projectbegroting bedragen.
2) duur: Projecten kunnen binnen de plusregeling worden ondersteund voor een aaneengesloten periode van één dag tot maximaal twee jaar.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0026926
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl