BWBR0027211
Geldig vanaf 01-01-2010
Artikel 5
Verordening bestemmingsheffingen pluimveevleessector (PPE) 2010
1. De ondernemer die grootmoederdieren of moederdieren houdt is aan het productschap een bestemmingsheffing verschuldigd over de door hem in het kalenderjaar 2010 gehouden grootmoederdieren of moederdieren.
2. Het tarief van de in het eerste lid bedoelde heffing bedraagt:
[tabel]
3. De in het eerste lid bedoelde heffing is éénmaal per productieperiode van een grootmoederdier of moederdier verschuldigd, en wel:
a. indien het grootmoederdieren of moederdieren van kippen betreft: 1. zodra de grootmoederdieren of moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de grootmoederdieren of moederdieren de leeftijd van 20 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong in productie worden genomen;
1. zodra de grootmoederdieren of moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de grootmoederdieren of moederdieren de leeftijd van 20 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong in productie worden genomen;
b. Indien het moederdieren van kalkoenen betreft: 1. zodra de moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de moederdieren de leeftijd van 29 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong als zodanig in productie worden genomen.
1. zodra de moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de moederdieren de leeftijd van 29 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong als zodanig in productie worden genomen.
2. Het tarief van de in het eerste lid bedoelde heffing bedraagt:
[tabel]
3. De in het eerste lid bedoelde heffing is éénmaal per productieperiode van een grootmoederdier of moederdier verschuldigd, en wel:
a. indien het grootmoederdieren of moederdieren van kippen betreft: 1. zodra de grootmoederdieren of moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de grootmoederdieren of moederdieren de leeftijd van 20 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong in productie worden genomen;
1. zodra de grootmoederdieren of moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de grootmoederdieren of moederdieren de leeftijd van 20 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong in productie worden genomen;
b. Indien het moederdieren van kalkoenen betreft: 1. zodra de moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de moederdieren de leeftijd van 29 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong als zodanig in productie worden genomen.
1. zodra de moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de moederdieren de leeftijd van 29 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong als zodanig in productie worden genomen.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0027211
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl