BWBR0027220
Geldig vanaf 14-08-2010
Artikel 3
Verordening bestemmingsheffing natuursteenbedrijf 2010
1. Aan de ondernemers bedoeld in artikel 2, die op of na de dag van inwerkingtreding van deze verordening een onderneming drijven waarin het natuursteenbedrijf wordt uitgeoefend, wordt voor het jaar 2010 een heffing opgelegd ten behoeve van projecten op het gebied van het bevorderen van een goede bedrijfsvoering in het algemeen en de persoonlijke ontwikkeling van ondernemers en werknemers in het bijzonder.
2. Als grondslag voor de heffing geldt de omzet in 2008.
3. De heffing bedoeld in het eerste lid wordt als volgt samengesteld:
a. over de omzet tot € 115.000: € 2,83 per duizend euro omzet;
b. over het gedeelte van de omzet vanaf € 115.000 tot € 225.000: € 2,33 per duizend euro omzet;
c. over het gedeelte van de omzet vanaf € 225.000 tot € 450.000: € 1,88 per duizend euro omzet;
d. over het gedeelte van de omzet vanaf € 450.000 tot € 2.250.000: € 1,58 per duizend euro omzet;
e. over omzetten vanaf € 2.250.000: € 0,20 per duizend euro omzet.
4. De heffing op grond van artikel 3, derde lid, bedraagt tenminste € 100.
5. In afwijking van het tweede lid, wordt voor ondernemers die de bedrijfsuitoefening na 1 januari 2008 hebben aangevangen als grondslag gehanteerd de omzet over de periode van aanvang van de bedrijfsuitoefening tot en met 31 december 2009, met een maximum van twaalf maanden vanaf de aanvang van de bedrijfsuitoefening.
2. Als grondslag voor de heffing geldt de omzet in 2008.
3. De heffing bedoeld in het eerste lid wordt als volgt samengesteld:
a. over de omzet tot € 115.000: € 2,83 per duizend euro omzet;
b. over het gedeelte van de omzet vanaf € 115.000 tot € 225.000: € 2,33 per duizend euro omzet;
c. over het gedeelte van de omzet vanaf € 225.000 tot € 450.000: € 1,88 per duizend euro omzet;
d. over het gedeelte van de omzet vanaf € 450.000 tot € 2.250.000: € 1,58 per duizend euro omzet;
e. over omzetten vanaf € 2.250.000: € 0,20 per duizend euro omzet.
4. De heffing op grond van artikel 3, derde lid, bedraagt tenminste € 100.
5. In afwijking van het tweede lid, wordt voor ondernemers die de bedrijfsuitoefening na 1 januari 2008 hebben aangevangen als grondslag gehanteerd de omzet over de periode van aanvang van de bedrijfsuitoefening tot en met 31 december 2009, met een maximum van twaalf maanden vanaf de aanvang van de bedrijfsuitoefening.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0027220
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl