BWBR0027471
Geldig vanaf 2013-01-01
Artikel 3.1
Regeling omgevingsrecht
1. In of bij de aanvraag om een vergunning voor een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de wetverstrekt de aanvrager bij de omschrijving van de aard, omvang en effecten van de activiteit gegevens en bescheiden over:
a. de specifieke locatie waar het werk of de werkzaamheid zal worden uitgevoerd;
b. de afmetingen van het werk of de omvang van de werkzaamheid;
c. de te gebruiken materialen;
d. in hoeverre sprake is van afvoer van grond naar een andere locatie;
e. de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan voor het uitvoeren van het werk of de werkzaamheid.
2. Indien dat is voorgeschreven in het bestemmingsplan verstrekt de aanvrager een rapport waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld.
a. de specifieke locatie waar het werk of de werkzaamheid zal worden uitgevoerd;
b. de afmetingen van het werk of de omvang van de werkzaamheid;
c. de te gebruiken materialen;
d. in hoeverre sprake is van afvoer van grond naar een andere locatie;
e. de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan voor het uitvoeren van het werk of de werkzaamheid.
2. Indien dat is voorgeschreven in het bestemmingsplan verstrekt de aanvrager een rapport waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld.