BWBR0027562
Geldig vanaf 22-05-2011
Artikel 3:3
Verordening PT algemene bepalingen 2009
1. Het productschap is gerechtigd ten behoeve van de op te leggen heffing een boekencontrole uit te voeren.
2. Deze boekencontrole wordt uitgevoerd door een functionaris van het productschap, die in het bezit is van een schriftelijke machtiging van de voorzitter.
3. Indien bij de boekencontrole blijkt dat een onjuiste opgave is gedaan en er een navordering of ambtshalve schatting plaatsvindt, wordt rente in rekening gebracht. De rente wordt berekend over de periode vanaf de eerste dag van het kalenderjaar, volgend op de datum van de oorspronkelijke heffingsnota tot en met de laatste dag van de maand voorafgaand aan de maand waarin de boekencontrole plaatsvindt.
4. De termijn waarover de boekencontrole zich uitstrekt is maximaal zeven jaar, waarbij niet meer dan de vijf meest recente aangiftejaren worden gecontroleerd.
2. Deze boekencontrole wordt uitgevoerd door een functionaris van het productschap, die in het bezit is van een schriftelijke machtiging van de voorzitter.
3. Indien bij de boekencontrole blijkt dat een onjuiste opgave is gedaan en er een navordering of ambtshalve schatting plaatsvindt, wordt rente in rekening gebracht. De rente wordt berekend over de periode vanaf de eerste dag van het kalenderjaar, volgend op de datum van de oorspronkelijke heffingsnota tot en met de laatste dag van de maand voorafgaand aan de maand waarin de boekencontrole plaatsvindt.
4. De termijn waarover de boekencontrole zich uitstrekt is maximaal zeven jaar, waarbij niet meer dan de vijf meest recente aangiftejaren worden gecontroleerd.
- Citeren als
- Art. 3:3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0027562
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl