BWBR0027839
Geldig vanaf 02-07-2010
Artikel 13
Regeling Financieel Mandaat RDW
a. Aan de Directie blijven voorbehouden: – het kwijtschelden van vorderingen;
– het aangaan van nationale en internationale samenwerkingsverbanden;
– het aangaan van verplichtingen in het kader van dienstverlening voor derden, met dien verstande dat deze verplichtingen ook mogen worden aangegaan door de in de artikelen 8, 9 en 10 van deze regeling genoemde functionarissen, voorzover ze de in deze artikelen bedoelde geldelijke belangen niet te boven gaan;
– de aanschaf van onroerende zaken en het vervreemden van roerende en onroerende zaken.
– het kwijtschelden van vorderingen;
– het aangaan van nationale en internationale samenwerkingsverbanden;
– het aangaan van verplichtingen in het kader van dienstverlening voor derden, met dien verstande dat deze verplichtingen ook mogen worden aangegaan door de in de artikelen 8, 9 en 10 van deze regeling genoemde functionarissen, voorzover ze de in deze artikelen bedoelde geldelijke belangen niet te boven gaan;
– de aanschaf van onroerende zaken en het vervreemden van roerende en onroerende zaken.
b. Aan de Directie en de in artikel 1 genoemde functionarissen blijven voorbehouden: – aangelegenheden met een geldelijk belang waarvan de financiële gevolgen de periode van drie jaar overschrijden.
– aangelegenheden met een geldelijk belang waarvan de financiële gevolgen de periode van drie jaar overschrijden.
– het aangaan van nationale en internationale samenwerkingsverbanden;
– het aangaan van verplichtingen in het kader van dienstverlening voor derden, met dien verstande dat deze verplichtingen ook mogen worden aangegaan door de in de artikelen 8, 9 en 10 van deze regeling genoemde functionarissen, voorzover ze de in deze artikelen bedoelde geldelijke belangen niet te boven gaan;
– de aanschaf van onroerende zaken en het vervreemden van roerende en onroerende zaken.
– het kwijtschelden van vorderingen;
– het aangaan van nationale en internationale samenwerkingsverbanden;
– het aangaan van verplichtingen in het kader van dienstverlening voor derden, met dien verstande dat deze verplichtingen ook mogen worden aangegaan door de in de artikelen 8, 9 en 10 van deze regeling genoemde functionarissen, voorzover ze de in deze artikelen bedoelde geldelijke belangen niet te boven gaan;
– de aanschaf van onroerende zaken en het vervreemden van roerende en onroerende zaken.
b. Aan de Directie en de in artikel 1 genoemde functionarissen blijven voorbehouden: – aangelegenheden met een geldelijk belang waarvan de financiële gevolgen de periode van drie jaar overschrijden.
– aangelegenheden met een geldelijk belang waarvan de financiële gevolgen de periode van drie jaar overschrijden.
- Citeren als
- Art. 13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0027839
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl