BWBR0027929
Geldig vanaf 28-02-2020
Artikel 7z
Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet
1. Dit artikel is tot 1 januari 2031 van toepassing in de gemeenten Nederweert en Someren ten behoeve van het wegnemen van overschrijdingen van de grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10) zoals opgenomen in bijlage 2 bij de Wet milieubeheer, door veehouderijen. Daartoe kunnen de in dit artikel opgenomen bevoegdheden worden uitgeoefend.
2. Burgemeester en wethouders kunnen artikel 5.16, eerste lid, onder b, van de Wet milieubeheer buiten toepassing laten.
3. In afwijking van artikel 5.13a van het Besluit omgevingsrecht kunnen aan een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voorschriften worden verbonden.
4. In aanvulling op artikel 2.31, tweede lid, aanhef en onderdelen b en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kunnen burgemeester en wethouders de voorschriften van een omgevingsvergunning wijzigen als deze betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, of i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10) zoals opgenomen in bijlage 2 bij de Wet milieubeheer worden overschreden. Artikel 2.31a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is van overeenkomstige toepassing.
5. In aanvulling op artikel 2.33, tweede lid, aanhef en onderdelen d en f, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kunnen burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk intrekken als deze betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, of i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10) zoals opgenomen in bijlage 2 bij de Wet milieubeheer worden overschreden.
6. In aanvulling op artikel 7 van het Besluit emissiearme huisvesting kunnen burgemeester en wethouders bij besluit voorschrijven dat in dierenverblijven die zijn opgericht voor, op of na 1 juli 2015 huisvestingssystemen voor landbouwhuisdieren worden toegepast met een emissiefactor voor zwevende deeltjes (PM10) die lager is dan de maximale emissiewaarde voor zwevende deeltjes (PM10) die voor de betreffende diercategorie is vermeld in bijlage 2 bij het Besluit emissiearme huisvesting.
7. In afwijking van artikel 2, aanhef en onder b, van het Besluit emissiearme huisvesting is het bepaalde in het zesde lid ook van toepassing op huisvestingssystemen voor landbouwhuisdieren die worden gehouden overeenkomstig de biologische productiemethode.
2. Burgemeester en wethouders kunnen artikel 5.16, eerste lid, onder b, van de Wet milieubeheer buiten toepassing laten.
3. In afwijking van artikel 5.13a van het Besluit omgevingsrecht kunnen aan een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voorschriften worden verbonden.
4. In aanvulling op artikel 2.31, tweede lid, aanhef en onderdelen b en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kunnen burgemeester en wethouders de voorschriften van een omgevingsvergunning wijzigen als deze betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, of i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10) zoals opgenomen in bijlage 2 bij de Wet milieubeheer worden overschreden. Artikel 2.31a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is van overeenkomstige toepassing.
5. In aanvulling op artikel 2.33, tweede lid, aanhef en onderdelen d en f, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kunnen burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk intrekken als deze betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, of i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10) zoals opgenomen in bijlage 2 bij de Wet milieubeheer worden overschreden.
6. In aanvulling op artikel 7 van het Besluit emissiearme huisvesting kunnen burgemeester en wethouders bij besluit voorschrijven dat in dierenverblijven die zijn opgericht voor, op of na 1 juli 2015 huisvestingssystemen voor landbouwhuisdieren worden toegepast met een emissiefactor voor zwevende deeltjes (PM10) die lager is dan de maximale emissiewaarde voor zwevende deeltjes (PM10) die voor de betreffende diercategorie is vermeld in bijlage 2 bij het Besluit emissiearme huisvesting.
7. In afwijking van artikel 2, aanhef en onder b, van het Besluit emissiearme huisvesting is het bepaalde in het zesde lid ook van toepassing op huisvestingssystemen voor landbouwhuisdieren die worden gehouden overeenkomstig de biologische productiemethode.
- Citeren als
- Art. 7z
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0027929
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl