BWBR0028070
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 27
Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie
1. Echtgenoten, bloedverwanten of aanverwanten tot in de derde graad mogen niet tegelijkertijd rechter zijn.
2. Indien rechters met elkaar huwen, zal de jongstbenoemde geen rechter kunnen blijven.
3. Indien de aanverwantschap ontstaat na de benoeming, zal degene die haar veroorzaakte, zijn ambt niet kunnen behouden, tenzij bij koninklijk besluit ontheffing is verleend.
4. Het aanverwantschap houdt op te bestaan door ontbinding van het huwelijk dat het veroorzaakte.
5. Degene die ingevolge het tweede en derde lid zijn ambt niet kan behouden, dient zijn ontslag in.
6. Het bestuur van het Hof draagt er zorg voor dat aanverwanten aan wie ontheffing is verleend als bedoeld in het derde lid, niet worden belast met de behandeling van dezelfde zaak.
2. Indien rechters met elkaar huwen, zal de jongstbenoemde geen rechter kunnen blijven.
3. Indien de aanverwantschap ontstaat na de benoeming, zal degene die haar veroorzaakte, zijn ambt niet kunnen behouden, tenzij bij koninklijk besluit ontheffing is verleend.
4. Het aanverwantschap houdt op te bestaan door ontbinding van het huwelijk dat het veroorzaakte.
5. Degene die ingevolge het tweede en derde lid zijn ambt niet kan behouden, dient zijn ontslag in.
6. Het bestuur van het Hof draagt er zorg voor dat aanverwanten aan wie ontheffing is verleend als bedoeld in het derde lid, niet worden belast met de behandeling van dezelfde zaak.
- Citeren als
- Art. 27
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028070
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl