BWBR0028072
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 31
Rijkswet openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
1. De procureur-generaal dient jaarlijks voor 1 april bij Onze Minister een jaarverslag in over het parket van de procureur-generaal. Het jaarverslag bevat een verantwoording over de activiteiten, de doelstellingen en de prestatieafspraken. Het jaarverslag bevat tevens de jaarrekening met bijbehorende begroting en overige financiële gegevens.
2. De procureur-generaal dient jaarlijks voor 1 april bij Onze Minister een jaarverslag in over de uitvoering van de begroting van het parket in eerste aanleg. De tweede en derde zin van het eerste lid is van toepassing.
3. Het jaarverslag van het parket van de procureur-generaal gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid afgegeven door een door de procureur-generaal in overeenstemming met Onze Ministers aangewezen accountant.
4. Bij de aanwijzing van de accountant bedingt de procureur-generaal dat aan Onze Minister desgevraagd inzicht wordt geboden in de controlewerkzaamheden van de accountant.
2. De procureur-generaal dient jaarlijks voor 1 april bij Onze Minister een jaarverslag in over de uitvoering van de begroting van het parket in eerste aanleg. De tweede en derde zin van het eerste lid is van toepassing.
3. Het jaarverslag van het parket van de procureur-generaal gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid afgegeven door een door de procureur-generaal in overeenstemming met Onze Ministers aangewezen accountant.
4. Bij de aanwijzing van de accountant bedingt de procureur-generaal dat aan Onze Minister desgevraagd inzicht wordt geboden in de controlewerkzaamheden van de accountant.
- Wet
- Rijkswet openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Citeren als
- Art. 31
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028072
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl