BWBR0028133
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 4
Rijksbesluit rechtspositie leden Raad voor de rechtshandhaving
1. Een lid van de Raad ontvangt een vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig de regels die gelden voor ambtenaren die zijn aangesteld bij de ministeries in het land van Onze Minister die het betreffende lid heeft voorgesteld overeenkomstig artikel 7, eerste lid, van de rijkswet.
2. Onze Minister kan bepalen dat de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op een forfaitair bedrag dat wordt vastgesteld op basis van de in een voorafgaand jaar daadwerkelijk gedeclareerde reis- en verblijfkosten.
3. De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, die de leden van de Raad ontvangen wordt gedragen door het land dat het betreffende lid heeft voorgesteld overeenkomstig artikel 7, eerste lid, van de rijkswet.
2. Onze Minister kan bepalen dat de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op een forfaitair bedrag dat wordt vastgesteld op basis van de in een voorafgaand jaar daadwerkelijk gedeclareerde reis- en verblijfkosten.
3. De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, die de leden van de Raad ontvangen wordt gedragen door het land dat het betreffende lid heeft voorgesteld overeenkomstig artikel 7, eerste lid, van de rijkswet.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028133
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl