BWBR0028198
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 8
Wet beëdigde vertalers BES
1. Onverminderd het in de voorgaande artikelen bepaalde wordt een toelating als daarin bedoeld, door Onze Minister slechts geweigerd na onherroepelijke veroordeling van de betrokken persoon wegens een misdrijf waarbij voorlopige hechtenis is toegelaten, of op gronden aan de openbare orde ontleend.
2. Een toelating kan door Onze Minister na onherroepelijke veroordeling van de betrokken persoon wegens een misdrijf waarbij voorlopige hechtenis is toegelaten, of op gronden aan de openbare orde of de gegoede zeden ontleend, of wegens gebleken onbetrouwbaarheid van de vertaler, worden ingetrokken.
3. Wanneer de intrekkingsgronden hebben opgehouden te bestaan, is Onze Minister bevoegd de toelating wederom van kracht te verklaren.
2. Een toelating kan door Onze Minister na onherroepelijke veroordeling van de betrokken persoon wegens een misdrijf waarbij voorlopige hechtenis is toegelaten, of op gronden aan de openbare orde of de gegoede zeden ontleend, of wegens gebleken onbetrouwbaarheid van de vertaler, worden ingetrokken.
3. Wanneer de intrekkingsgronden hebben opgehouden te bestaan, is Onze Minister bevoegd de toelating wederom van kracht te verklaren.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028198
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl