BWBR0028204
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 26
Advocatenwet BES
1. Indien bij een beslissing die niet of niet meer voor hoger beroep vatbaar is een straf is opgelegd, stelt de raad van appèl op grond van enige omstandigheid, welke volgens de opgemaakte stukken tijdens de behandeling niet is gebleken en welke op de beslissing invloed gehad zou kunnen hebben, op schriftelijke aanvrage van de betrokken advocaat, opnieuw een onderzoek in, en, voor zoveel nodig, behandelt dit college de zaak in herziening.
2. Afschrift van de in het eerste lid bedoelde aanvrage zendt de secretaris van de raad van appèl onverwijld aan de klager, zo die er is, aan het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en aan de procureur-generaal.
3. Het bepaalde bij het derde en vierde lid van artikel 25 vindt overeenkomstige toepassing.
2. Afschrift van de in het eerste lid bedoelde aanvrage zendt de secretaris van de raad van appèl onverwijld aan de klager, zo die er is, aan het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en aan de procureur-generaal.
3. Het bepaalde bij het derde en vierde lid van artikel 25 vindt overeenkomstige toepassing.
- Wet
- Advocatenwet BES
- Citeren als
- Art. 26
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028204
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl