BWBR0028219
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 23
Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954 BES
1. Hoger beroep van de afwijzende beschikking van de rechter in eerste aanleg kan worden ingesteld door de verzoekende partij binnen twee maanden na de dag waarop de expeditie van die beschikking aan de Minister is toegezonden.
2. De instelling van hoger beroep geschiedt door een daartoe strekkende schriftelijke mededeling aan de Minister. Deze mededeling bevat de gronden waarop het beroep steunt.
De Minister stelt de griffier van het gerecht in eerste aanleg, dat de beschikking heeft gegeven, in kennis met het ingestelde hoger beroep. Tevens doet hij daarvan mededeling aan het Hof van Justitie. De griffier van het gerecht in eerste aanleg doet de overgelegde stukken met een afschrift van de afwijzende beschikking aan het Hof van Justitie toekomen.
2. De instelling van hoger beroep geschiedt door een daartoe strekkende schriftelijke mededeling aan de Minister. Deze mededeling bevat de gronden waarop het beroep steunt.
De Minister stelt de griffier van het gerecht in eerste aanleg, dat de beschikking heeft gegeven, in kennis met het ingestelde hoger beroep. Tevens doet hij daarvan mededeling aan het Hof van Justitie. De griffier van het gerecht in eerste aanleg doet de overgelegde stukken met een afschrift van de afwijzende beschikking aan het Hof van Justitie toekomen.
- Citeren als
- Art. 23
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028219
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl