BWBR0028220
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 13a
Loodsenwet 2001 BES
1. De betaling van het loodsgeld geschiedt ten kantore van het bestuurscollege of aan de door het bestuurscollege aangewezen ambtenaar voor uit zee komende schepen binnen zesmaal 24 uren, doch in ieder geval vóór het vertrek en voor naar zee gaande schepen vóór het vertrek.
2. Wanneer een schip niet in de hoofdplaats van een openbaar lichaam komt kan het loodsgeld ook worden betaald in handen van de ambtenaar van de loodsdienst alvorens deze van boord gaat.
3. Geen vertrekpas wordt uitgereikt aan schepen waarvan het verschuldigde loodsgeld niet is voldaan, tenzij volgens artikel 13b zekerheid is gesteld.
4. De loods zal zijn diensten niet verlenen alvorens hem gebleken is dat aan de bepalingen van deze wet is voldaan.
2. Wanneer een schip niet in de hoofdplaats van een openbaar lichaam komt kan het loodsgeld ook worden betaald in handen van de ambtenaar van de loodsdienst alvorens deze van boord gaat.
3. Geen vertrekpas wordt uitgereikt aan schepen waarvan het verschuldigde loodsgeld niet is voldaan, tenzij volgens artikel 13b zekerheid is gesteld.
4. De loods zal zijn diensten niet verlenen alvorens hem gebleken is dat aan de bepalingen van deze wet is voldaan.
- Citeren als
- Art. 13a
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028220
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl