BWBR0028247
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 28a
IJkwet BES
1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de daartoe door het Bestuurscollege aangewezen personen. Een zodanige aanwijzing wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.
2. De krachtens het eerste lid aangewezen personen zijn, uitsluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijze noodzakelijk is, bevoegd:
a. alle inlichtingen te vragen;
b. inzage te verlangen van alle boeken, bescheiden en andere informatiedragers en daarvan afschrift te nemen of deze daartoe tijdelijk mee te nemen;
c. goederen aan opneming en onderzoek te onderwerpen en deze daartoe tijdelijk mee te nemen;
d. maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen op de plaatsen, in artikel 19, onderdeel a, vermeld, te allen tijde te onderzoeken en, indien zij niet voldoen aan de bij of krachtens deze wet voor het rijk gestelde eisen, van een afkeuringsmerk te voorzien;
f. alle plaatsen, bedoeld in artikel 19, onderdeel a, met uitzondering van woningen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner, te betreden, vergezeld van door hen aangewezen personen.
3. Zo nodig, wordt de ingang tot een plaats als bedoeld in het tweede lid, onderdeel f, verschaft met behulp van de sterke arm.
4. Bij ministeriële regeling,kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van taakuitoefening van de krachtens het eerste lid aangewezen personen.
5. Een ieder is verplicht aan de krachtens het eerste lid aangewezen personen alle medewerking te verlenen die op grond van het tweede lid wordt gevorderd.
2. De krachtens het eerste lid aangewezen personen zijn, uitsluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijze noodzakelijk is, bevoegd:
a. alle inlichtingen te vragen;
b. inzage te verlangen van alle boeken, bescheiden en andere informatiedragers en daarvan afschrift te nemen of deze daartoe tijdelijk mee te nemen;
c. goederen aan opneming en onderzoek te onderwerpen en deze daartoe tijdelijk mee te nemen;
d. maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen op de plaatsen, in artikel 19, onderdeel a, vermeld, te allen tijde te onderzoeken en, indien zij niet voldoen aan de bij of krachtens deze wet voor het rijk gestelde eisen, van een afkeuringsmerk te voorzien;
f. alle plaatsen, bedoeld in artikel 19, onderdeel a, met uitzondering van woningen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner, te betreden, vergezeld van door hen aangewezen personen.
3. Zo nodig, wordt de ingang tot een plaats als bedoeld in het tweede lid, onderdeel f, verschaft met behulp van de sterke arm.
4. Bij ministeriële regeling,kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van taakuitoefening van de krachtens het eerste lid aangewezen personen.
5. Een ieder is verplicht aan de krachtens het eerste lid aangewezen personen alle medewerking te verlenen die op grond van het tweede lid wordt gevorderd.
- Wet
- IJkwet BES
- Citeren als
- Art. 28a
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028247
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl