BWBR0028260
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 9
Loterijwet BES
De ambtenaren belast met het opsporen van de feiten bij deze wet strafbaar gesteld zijn te allen tijde bevoegd in beslag te nemen en ter inbeslagneming de uitlevering te vorderen van al hetgeen kan dienen tot bewijs, van al hetgeen redelijkerwijs vermoed kan worden bestemd te zijn geweest of gediend te hebben tot het plegen van een overtreding dezer wet zijn verkregen.
Zij hebben te allen tijde vrije toegang tot alle plaatsen, waar redelijkerwijze vermoed kan worden, dat een overtreding dezer wet wordt gepleegd.
Wordt hun de toegang geweigerd, dan verschaffen zij zich die desnoods met inroeping van de sterke arm.
Is de plaats tevens een woning of alleen door een woning toegankelijk, dan treden zij deze tegen de wil der bewoners niet binnen dan met inachtneming van de artikelen 155 tot en met 163 van het Wetboek van Strafvordering BES.
Van dit binnentreden wordt door hen proces-verbaal opgemaakt, dat binnen tweemaal vierentwintig uren aan de ingezetene, wiens woning is binnengetreden, in afschrift wordt medegedeeld.
Zij hebben te allen tijde vrije toegang tot alle plaatsen, waar redelijkerwijze vermoed kan worden, dat een overtreding dezer wet wordt gepleegd.
Wordt hun de toegang geweigerd, dan verschaffen zij zich die desnoods met inroeping van de sterke arm.
Is de plaats tevens een woning of alleen door een woning toegankelijk, dan treden zij deze tegen de wil der bewoners niet binnen dan met inachtneming van de artikelen 155 tot en met 163 van het Wetboek van Strafvordering BES.
Van dit binnentreden wordt door hen proces-verbaal opgemaakt, dat binnen tweemaal vierentwintig uren aan de ingezetene, wiens woning is binnengetreden, in afschrift wordt medegedeeld.
- Wet
- Loterijwet BES
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028260
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl