Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek BES, tweede gedeelte
Titel 1
Algemene Bepaling
Titel 2
Overgangsbepalingen ter zake van de invoering van de Landsverordening houdende aanpassing van het bestaande Burgerlijk Wetboek van de Nederlandse Antillen en een aantal andere landsverordeningen in verband met de invoering van het nieuwe Burgerlijk Wetboek
Artikel 2
Artikel 3
2. Gedingen die aanhangig zijn gemaakt vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet, worden geheel afgedaan met toepassing van de voorschriften van procesrechtelijke aard die vóór dat tijdstip gelden, voor zover niet uit de volgende artikelen anders voortvloeit.
Artikel 4
2. Tijdens een faillissement en een surséance van betaling, vóór het in werking treden der wet aangevangen, blijft artikel 165 van het Wetboek van Koophandel, zoals dat toen gold, van toepassing.
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
2. De onteigenende partij is niettemin bevoegd van haar rechtsvordering afstand te doen, zolang nog in hoger beroep geen vonnis is gewezen, en een nieuwe rechtsvordering overeenkomstig de wet in te stellen. In dat geval moet zij alle kosten, door de wederpartij tot op het doen van de afstand gemaakt, daaronder begrepen een door de rechter te bepalen bedrag voor salaris en noodzakelijke voorschotten van de gemachtigde van de wederpartij, betalen.
3. Zij kan tot die betaling worden genoodzaakt op het enkele bevelschrift van de rechter in eerste aanleg, gesteld aan de voet van de door de wederpartij opgemaakte staat van kosten.
4. Dit bevelschrift is uitvoerbaar bij voorraad.
Artikel 9
Titel 3
Overgangsbepalingen ter zake van de invoering van de Landsverordening, houdende vaststelling van een nieuw Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 11a
2. Het rechtsmiddel request-civiel kan vanaf het tijdstip van het in werking treden van de wet niet meer worden aangewend. In plaats daarvan kan slechts herroeping worden gevorderd overeenkomstig titel 9 en titel 10, afdeling 6 van Boek 1 van de wet.
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 14
2. De artikelen 56 en 57 van de wet zijn van toepassing, indien in het geding waarin wordt beslist op het, tegen het vonnis aangewende, rechtsmiddel, op het tijdstip van het in werking treden der wet nog een incidentele vordering van de in die artikelen bedoelde aard kan worden ingesteld.
Artikel 15
Artikel 15a
Artikel 16
2. In het geval van het vorige lid worden van het in werking treden der wet af tweede en volgende beslagen op hetzelfde goed met toepassing van het nadien geldende recht gelegd en is geen oppositie tegen afgifte van kooppenningen meer mogelijk. De afwikkeling van deze beslagen geschiedt met toepassing van ditzelfde recht, behoudens voor zover de afwikkeling van de eerder gelegde beslagen toepassing van het voordien geldende recht eist.
3. Indien op het tijdstip van het in werking treden van de wet de bevoegdheid bestond om krachtens een door de rechter gegeven bevelschrift of verlof conservatoir beslag te leggen, kan die bevoegdheid na dit tijdstip met inachtneming van het nieuwe recht worden uitgeoefend. De eis in de hoofdzaak geldt als tijdig ingesteld, indien zulks is geschied binnen acht dagen na het beslag of, indien het bevelschrift of verlof daartoe een langere termijn inhoudt, binnen die termijn. Voor de toepassing van artikel 702 van de wet wordt het bevelschrift of verlof met een verlof als in dat artikel bedoeld gelijk gesteld.
4. Een executoriale verkoop door een beslaglegger die op het tijdstip van het in werking treden van de wet nog niet was aangekondigd, wordt volgens de bepalingen van het nadien geldende recht afgewikkeld. Voor de toepassing van die bepalingen wordt een schuldeiser die voordien oppositie tegen afgifte van kooppenningen heeft gedaan, gelijk gesteld met een beslaglegger.
5. Een rangregeling wordt afgewikkeld naar het recht waaronder de benoeming plaats vond van de rechter-commissaris, te wiens overstaan de verdeling zal plaatsvinden.
6. Artikel 505, derde lid, van de wet is van toepassing op beslagen die na dat tijdstip in de openbare registers worden ingeschreven.
Artikel 17
2. Indien een vonnis als bedoeld in de artikelen 614 tot en met 617 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, zoals dat voor het in werking treden der wet gold, nadien wordt uitgesproken, geschiedt de in die artikelen bedoelde uitbetaling en afgifte met overeenkomstige toepassing van de artikelen 477, eerste en vijfde lid, en 478, eerste tot en met derde lid, van de wet en vindt ook de verdere afwikkeling naar het nadien geldende recht plaats.
Artikel 18
Artikel 19
2. In geval na openbare verkoop overeenkomstig artikel 1203, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat tevoren gold, de artikelen 270 tot en met 273 van Boek 3 niet van toepassing zijn en een rangregeling wordt verlangd, geschiedt deze met toepassing van het vóór het in werking treden van de wet geldende recht.
Artikel 20
Artikel 21
Artikel 22
Artikel 23
Artikel 24
Artikel 25
Artikel 26
2. Op zaken welke vóór het in het eerste lid bedoelde tijdstip bij de rechter aanhangig zijn gemaakt door het indienen van een inleidend verzoekschrift, blijft het tevoren geldende recht van toepassing.
3. Op zaken waarin vóór het in het eerste lid bedoelde tijdstip hoger beroep op de rechter is voorbehouden, blijven de artikelen 524 en 525 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, zoals dat totdien gold, van toepassing, met dien verstande dat na afloop van vijf jaren na dat tijdstip het voorbehoud van hoger beroep vervalt.
Titel 4
Overgangsbepalingen ter zake van de invoering van de Landsverordening houdende aanpassing van het Faillissementsbesluit 1931 en enige andere eenvormige landsverordeningen in verband met de invoering van het nieuwe Burgerlijk Wetboek
Artikel 27
Artikel 28
2. Indien in de loop van een faillissement of surséance van betaling als bedoeld in het vorige lid, een bepaling van het Burgerlijk Wetboek van toepassing wordt, zijn mede van toepassing de voorschriften die in verband met die bepalingen bij de wet in het Faillissementsbesluit 1931 zijn opgenomen.
Artikel 29
2. Artikel 174, eerste lid, van het Faillissementsbesluit 1931 is van toepassing op een uitdelingslijst die na het in werking treden der wet verbindend wordt.
3. Artikel 180, eerste en tweede lid, van het Faillissementsbesluit 1931 geldt voor de daar geregelde gevolgen van een levering, welke na het in werking treden der wet plaats vindt. Wordt een tot de boedel behorend schip na het in werking treden der wet verkocht, dan is artikel 180, derde lid, van het Faillissementsbesluit 1931 van toepassing.
Titel 5
Overgangsbepalingen in verband met de invoering van de Landsverordening openbare registers
Artikel 30
Artikel 31
Artikel 32
2. De tot aan het in artikel 31 bedoelde tijdstip op grond van het tevoren geldende recht gehouden registers welke betrekking hebben op teboekgestelde zeeschepen en de rechten waaraan deze zijn onderworpen, maken, met uitzondering van het dagregister, van dat tijdstip af deel uit van de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder b, van de wet.
3. De tot aan het in artikel 31 bedoelde tijdstip op grond van het tevoren geldende recht gehouden registers welke betrekking hebben op teboekgestelde luchtvaartuigen en de rechten waaraan deze zijn onderworpen, maken, met uitzondering van het dagregister, van dat tijdstip af deel uit van de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder c, van de wet.
4. Ten aanzien van stukken die vóór het in artikel 31 bedoelde tijdstip zijn in- of overgeschreven, geldt nadien als tijdstip van inschrijving hetgeen op de desbetreffende, in de openbare registers opgenomen, afschriften van die stukken door de bewaarder is vermeld.
Artikel 33
2. Stukken die vóór dat tijdstip op grond van het tevoren geldende recht hebben geleid tot het stellen van aantekeningen in de in het eerste lid bedoelde openbare registers, maar daarin niet zijn in- of overgeschreven, blijven, voor zover zij bij het kantoor van de bewaarder berusten, aldaar bewaard en zijn openbaar.
Artikel 34
Titel 6
Slotbepaling