BWBR0028301
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 8
Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek BES, tweede gedeelte
1. De bepalingen van de Onteigeningsverordening, zoals die luidden vóór het tijdstip van het in werking treden der wet, blijven van toepassing op rechtsvorderingen tot onteigening die vóór dat tijdstip zijn aangevangen.
2. De onteigenende partij is niettemin bevoegd van haar rechtsvordering afstand te doen, zolang nog in hoger beroep geen vonnis is gewezen, en een nieuwe rechtsvordering overeenkomstig de wet in te stellen. In dat geval moet zij alle kosten, door de wederpartij tot op het doen van de afstand gemaakt, daaronder begrepen een door de rechter te bepalen bedrag voor salaris en noodzakelijke voorschotten van de gemachtigde van de wederpartij, betalen.
3. Zij kan tot die betaling worden genoodzaakt op het enkele bevelschrift van de rechter in eerste aanleg, gesteld aan de voet van de door de wederpartij opgemaakte staat van kosten.
4. Dit bevelschrift is uitvoerbaar bij voorraad.
2. De onteigenende partij is niettemin bevoegd van haar rechtsvordering afstand te doen, zolang nog in hoger beroep geen vonnis is gewezen, en een nieuwe rechtsvordering overeenkomstig de wet in te stellen. In dat geval moet zij alle kosten, door de wederpartij tot op het doen van de afstand gemaakt, daaronder begrepen een door de rechter te bepalen bedrag voor salaris en noodzakelijke voorschotten van de gemachtigde van de wederpartij, betalen.
3. Zij kan tot die betaling worden genoodzaakt op het enkele bevelschrift van de rechter in eerste aanleg, gesteld aan de voet van de door de wederpartij opgemaakte staat van kosten.
4. Dit bevelschrift is uitvoerbaar bij voorraad.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028301
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl