BWBR0028496
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 111 Rv
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES — artikel 111
1. Het verzoekschrift of het ingevolge artikel 110, tweede lid, opgemaakte geschrift vermeldt:
a. de naam, en in geval van een natuurlijk persoon tevens de voornamen, en de woonplaats van de eiser en, indien het verzoek door een gemachtigde wordt gedaan, de naam en de woonplaats van die gemachtigde;
b. de keuze van woonplaats daar waar de rechter zitting houdt, indien de eiser of zijn gemachtigde niet aldaar woonachtig is;
c. de naam, en in geval van een natuurlijk persoon zo nodig de voornamen, en de woon- of verblijfplaats van de gedaagde;
d. een aanduiding en omschrijving van het onderwerp van de vordering en datgene wat gevorderd wordt; en
e. de dagtekening van het verzoekschrift.
2. Behoudens artikel 22, tweede lid, wordt daarbij, indien het verzoekschrift door een gemachtigde is ondertekend, de akte van volmacht overgelegd.
a. de naam, en in geval van een natuurlijk persoon tevens de voornamen, en de woonplaats van de eiser en, indien het verzoek door een gemachtigde wordt gedaan, de naam en de woonplaats van die gemachtigde;
b. de keuze van woonplaats daar waar de rechter zitting houdt, indien de eiser of zijn gemachtigde niet aldaar woonachtig is;
c. de naam, en in geval van een natuurlijk persoon zo nodig de voornamen, en de woon- of verblijfplaats van de gedaagde;
d. een aanduiding en omschrijving van het onderwerp van de vordering en datgene wat gevorderd wordt; en
e. de dagtekening van het verzoekschrift.
2. Behoudens artikel 22, tweede lid, wordt daarbij, indien het verzoekschrift door een gemachtigde is ondertekend, de akte van volmacht overgelegd.
- Citeren als
- Art. 111 Rv
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028496
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl