BWBR0028496
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 810 Rv
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES — artikel 810
1. De rechter kan in zaken betreffende minderjarigen, indien hij dit met het oog op de beoordeling van de belangen van de minderjarige noodzakelijk acht, het advies van de voogdijraad inwinnen. Hij kan de raad daartoe in elke stand van de zaak oproepen.
2. De voogdijraad kan in deze zaken eigener beweging zijn mening schriftelijk aan de rechter kenbaar maken of ter terechtzitting verschijnen, indien de raad dit met het oog op de beoordeling van de belangen van de minderjarige noodzakelijk acht.
3. De voogdijraad ontvangt daartoe onverwijld een afschrift van het verzoekschrift en wordt tijdig van het tijdstip van de terechtzitting op de hoogte gesteld.
4. Indien de zaak evenwel de ondertoezichtstelling van een minderjarige betreft, de toepassing of overeenkomstige toepassing van de artikelen 260, 261, 262 en 263, eerste tot en met vierde lid, onderdeel a, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek daaronder niet begrepen, dan wel de ontheffing of ontzetting van het ouderlijk gezag of van de voogdij, beslist de rechter niet dan na verhoor of behoorlijke oproeping daartoe van de voogdijraad.
2. De voogdijraad kan in deze zaken eigener beweging zijn mening schriftelijk aan de rechter kenbaar maken of ter terechtzitting verschijnen, indien de raad dit met het oog op de beoordeling van de belangen van de minderjarige noodzakelijk acht.
3. De voogdijraad ontvangt daartoe onverwijld een afschrift van het verzoekschrift en wordt tijdig van het tijdstip van de terechtzitting op de hoogte gesteld.
4. Indien de zaak evenwel de ondertoezichtstelling van een minderjarige betreft, de toepassing of overeenkomstige toepassing van de artikelen 260, 261, 262 en 263, eerste tot en met vierde lid, onderdeel a, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek daaronder niet begrepen, dan wel de ontheffing of ontzetting van het ouderlijk gezag of van de voogdij, beslist de rechter niet dan na verhoor of behoorlijke oproeping daartoe van de voogdijraad.
- Citeren als
- Art. 810 Rv
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028496
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl