BWBR0028496
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 871 Rv
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES — artikel 871
1. Indien de schuldenaar binnen de gestelde termijn antwoordt en uit zijn antwoord blijkt dat hij tegenspraak wenst te voeren, en indien voorts de voorgeschreven formaliteiten in acht zijn genomen, verwijst de rechter, tenzij het verzoek hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt en hij om die reden afwijzend beschikt, de zaak, behoudens voor het gedeelte waarover reeds beslist is ingevolge artikel 867, eerste lid, tweede volzin, op een termijn van ten minste acht dagen naar een gewone terechtzitting van zijn gerecht. Tegen de in dit lid bedoelde beschikkingen staat geen hogere voorziening open.
2. De beschikking tot verwijzing bevat naast de opgaven, bedoeld in artikel 870, eerste lid, onderdelen a tot en met c, de vermelding van de terechtzitting waarnaar de zaak verwezen wordt.
3. Het verzoekschrift tot uitvaardiging van het rechterlijk bevel tot betaling geldt als het verzoekschrift, bedoeld in artikel 110.
4. De schuldenaar is bij het door hem te voeren verweer niet gebonden aan de inhoud van zijn antwoord, onverminderd de bevoegdheid van de rechter om daaraan bewijs tegen hem te ontlenen.
2. De beschikking tot verwijzing bevat naast de opgaven, bedoeld in artikel 870, eerste lid, onderdelen a tot en met c, de vermelding van de terechtzitting waarnaar de zaak verwezen wordt.
3. Het verzoekschrift tot uitvaardiging van het rechterlijk bevel tot betaling geldt als het verzoekschrift, bedoeld in artikel 110.
4. De schuldenaar is bij het door hem te voeren verweer niet gebonden aan de inhoud van zijn antwoord, onverminderd de bevoegdheid van de rechter om daaraan bewijs tegen hem te ontlenen.
- Citeren als
- Art. 871 Rv
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028496
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl