BWBR0028513
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 19
Gevangenismaatregel 1999 BES
1. Het bezit van contant geld door de gedetineerde in de inrichting of een afdeling is verboden, tenzij in het huishoudelijk reglement anders is bepaald.
2. Voor iedere gedetineerde wordt zo spoedig mogelijk door de directeur een rekening-courant geopend in het rekeningenregister van het gesticht, ingericht naar een bij ministeriële regeling vastgesteld model.
3. Voor zover van toepassing bestaat de rekening uit de volgende posten:
a. Eigen geld;
b. Zakgeld;
c. Uitgaanskas.
4. Als «Eigen geld» wordt geboekt het geld bedoeld in de artikelen 6 en 23.
5. Als «Zakgeld» wordt geboekt het geld bedoeld in de artikelen 21 en 22
6. Als «Uitgaanskas» wordt geboekt het geld bedoeld in de artikelen 21 en 22.
7. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de besteedbaarheid van de posten «Eigen geld» en «Zakgeld» en de wijze waarop deze posten en de post «Uitgaanskas» zullen worden uitgekeerd aan de gedetineerde bij zijn invrijheidstelling.
2. Voor iedere gedetineerde wordt zo spoedig mogelijk door de directeur een rekening-courant geopend in het rekeningenregister van het gesticht, ingericht naar een bij ministeriële regeling vastgesteld model.
3. Voor zover van toepassing bestaat de rekening uit de volgende posten:
a. Eigen geld;
b. Zakgeld;
c. Uitgaanskas.
4. Als «Eigen geld» wordt geboekt het geld bedoeld in de artikelen 6 en 23.
5. Als «Zakgeld» wordt geboekt het geld bedoeld in de artikelen 21 en 22
6. Als «Uitgaanskas» wordt geboekt het geld bedoeld in de artikelen 21 en 22.
7. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de besteedbaarheid van de posten «Eigen geld» en «Zakgeld» en de wijze waarop deze posten en de post «Uitgaanskas» zullen worden uitgekeerd aan de gedetineerde bij zijn invrijheidstelling.
- Citeren als
- Art. 19
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028513
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl