BWBR0028538
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 10
Wet sociaal statuut verzelfstandiging overheidsdiensten BES
1. Het personeelslid dat niet op het aanbod, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, ingaat, wordt door het bevoegde gezag ontslag aangezegd. Gedurende drie maanden na de ontslagaanzegging spant het bevoegde gezag zich in binnen zijn organisatie voor hem een gelijkwaardige functie te vinden. Artikel 8 is van overeenkomstige toepassing. Het bevoegde gezag houdt hierbij rekening met artikel 20. Het ontslag kan, indien het personeelslid ingevolge artikel 14, eerste lid, een bezwaarschrift heeft ingediend, niet eerder in werking treden dan na de beslissing op het bezwaarschrift, indien het bezwaarschrift ongegrond is verklaard.
2. Indien plaatsing van het personeelslid, bedoeld in het eerste lid, in een functie op zijn laatste schaalniveau niet mogelijk is, kan plaatsing in een functie op maximaal twee schaalniveaus onder dat schaalniveau plaatsvinden. Alsdan wordt hij in het genot gesteld van de bezoldiging behorend bij zijn laatste schaalniveau.
3. Bij toepassing van het tweede lid blijft het bevoegde gezag zich gedurende drie maanden inspannen het personeelslid, bedoeld in het eerste lid, te plaatsen in een functie op het laatste schaalniveau.
2. Indien plaatsing van het personeelslid, bedoeld in het eerste lid, in een functie op zijn laatste schaalniveau niet mogelijk is, kan plaatsing in een functie op maximaal twee schaalniveaus onder dat schaalniveau plaatsvinden. Alsdan wordt hij in het genot gesteld van de bezoldiging behorend bij zijn laatste schaalniveau.
3. Bij toepassing van het tweede lid blijft het bevoegde gezag zich gedurende drie maanden inspannen het personeelslid, bedoeld in het eerste lid, te plaatsen in een functie op het laatste schaalniveau.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028538
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl