BWBR0028550
Geldig vanaf 01-01-2018
Artikel 58
Wet maritiem beheer BES
1. De aanhouding geschiedt door de met het toezicht belaste persoon door middel van overhandiging aan de gezagvoerder van een ondertekende en gedagtekende kennisgeving, waarin de reden van aanhouding staat vermeld. Wanneer naar het oordeel van die toezichthoudende persoon overhandiging niet mogelijk is, geschiedt de aanhouding mondeling door een kennisgeving aan de naar zijn oordeel daarvoor meest gerede persoon, zo spoedig mogelijk gevolgd door overhandiging van de schriftelijke kennisgeving aan de gezagvoerder.
2. De beheerder van het desbetreffende zeegebied, alsmede de naar het oordeel van de met het toezicht belaste persoon in aanmerking komende diensten, worden onverwijld van het bevel tot aanhouding in kennis gesteld.
3. Indien de aanhouding geschiedt wegens verontreiniging of dreigende verontreiniging van het mariene milieu, dan worden de Inspectie Leefomgeving en Transport en de met de zorg voor het milieu belaste dienst van het betrokken openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba ingelicht.
2. De beheerder van het desbetreffende zeegebied, alsmede de naar het oordeel van de met het toezicht belaste persoon in aanmerking komende diensten, worden onverwijld van het bevel tot aanhouding in kennis gesteld.
3. Indien de aanhouding geschiedt wegens verontreiniging of dreigende verontreiniging van het mariene milieu, dan worden de Inspectie Leefomgeving en Transport en de met de zorg voor het milieu belaste dienst van het betrokken openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba ingelicht.
- Citeren als
- Art. 58
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028550
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl