BWBR0028583
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 8
Wet tegemoetkoming ziektekosten overheidsgepensioneerden BES
1. De Wet vergoeding behandeling- en verplegingskosten ambtenaren BES, is van overeenkomstige toepassing op de gewezen werknemer en op de weduwe en/of wezen bedoeld sub a tot en met d van artikel 6, lid 1, indien de ziekte-uitgaven gemaakt zijn op een tijdstip dat de belanghebbende premie heeft betaald op het pensioeninkomen en zijn woonplaats had in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
2. De tegemoetkoming in de blijkens overgelegde bewijsstukken gedane onvermijdelijke uitgaven wordt verleend terzake van geneeskundige behandeling en/of verpleging betreffende:
a. de gewezen werknemer bedoeld sub a tot en met c van artikel 6, lid 1, zijn echtgenote en zijn kinderen als bedoeld in artikel 2 van de wet, bedoeld in het eerste lid;
b. de weduwe en/of wezen bedoeld sub d van artikel 6, lid 1.
3. Voor de vaststelling van de tegemoetkoming in de uitgaven van verpleging in een ziekeninrichting geldt:
a. indien de werknemer op het tijdstip van eindiging van zijn dienstverband bij toepassing van artikel 5, lid 3 van de wet, bedoeld in het eerste lid, voor verpleging in de eerste of tweede klasse in aanmerking zou zijn gekomen, wordt de tweede klasse als maatstaf genomen in de overige gevallen de derde klasse;
b. voor de nagelaten betrekkingen van de gewezen werknemer geldt de klasse welke voor de gewezen werknemer ingevolge sub a zou hebben gegolden.
2. De tegemoetkoming in de blijkens overgelegde bewijsstukken gedane onvermijdelijke uitgaven wordt verleend terzake van geneeskundige behandeling en/of verpleging betreffende:
a. de gewezen werknemer bedoeld sub a tot en met c van artikel 6, lid 1, zijn echtgenote en zijn kinderen als bedoeld in artikel 2 van de wet, bedoeld in het eerste lid;
b. de weduwe en/of wezen bedoeld sub d van artikel 6, lid 1.
3. Voor de vaststelling van de tegemoetkoming in de uitgaven van verpleging in een ziekeninrichting geldt:
a. indien de werknemer op het tijdstip van eindiging van zijn dienstverband bij toepassing van artikel 5, lid 3 van de wet, bedoeld in het eerste lid, voor verpleging in de eerste of tweede klasse in aanmerking zou zijn gekomen, wordt de tweede klasse als maatstaf genomen in de overige gevallen de derde klasse;
b. voor de nagelaten betrekkingen van de gewezen werknemer geldt de klasse welke voor de gewezen werknemer ingevolge sub a zou hebben gegolden.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028583
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl