BWBR0028714
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 10
Pensioenwet ambtenaren BES
1. Het bestuur kan een verstrekte intree- of uittreebevestiging verbeteren of intrekken. Van de inhoud van zijn beslissing stelt het bestuur het betrokken lichaam en de belanghebbende schriftelijk in kennis.
2. Voor zover het de intrekking van een intreebevestiging betreft, kan de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid slechts worden uitgeoefend binnen twaalf maanden na de dagtekening van die bevestiging.
3. De hoedanigheid van werknemer van de persoon die hiervan schriftelijk mededeling heeft ontvangen van het lichaam, maar die naar het oordeel van het bestuur bij de aanvang van de dienstverhouding niet voldeed aan de voorwaarden voor het verkrijgen van die hoedanigheid, eindigt met ingang van de dag, volgend op die waarop het bestuur de desbetreffende beslissing heeft verzonden, of, indien het lichaam de betrokkene schriftelijk op de hoogte heeft gesteld, met ingang van de dag, volgende op die waarop de schriftelijke mededeling is verzonden.
2. Voor zover het de intrekking van een intreebevestiging betreft, kan de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid slechts worden uitgeoefend binnen twaalf maanden na de dagtekening van die bevestiging.
3. De hoedanigheid van werknemer van de persoon die hiervan schriftelijk mededeling heeft ontvangen van het lichaam, maar die naar het oordeel van het bestuur bij de aanvang van de dienstverhouding niet voldeed aan de voorwaarden voor het verkrijgen van die hoedanigheid, eindigt met ingang van de dag, volgend op die waarop het bestuur de desbetreffende beslissing heeft verzonden, of, indien het lichaam de betrokkene schriftelijk op de hoogte heeft gesteld, met ingang van de dag, volgende op die waarop de schriftelijke mededeling is verzonden.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028714
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl