BWBR0028729
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 64 Ow
Onteigeningswet BES — artikel 64
1. Wanneer de schadeloosstelling is betaald of consignatie daarvan krachtens het bepaalde in artikel 3 of in artikel 63 heeft plaats gehad, wordt de onteigenende partij op bevelschrift van de rechter in eerste aanleg, desnoods door middel van de sterke arm, in het bezit der onteigende goederen gesteld.
2. Bij haar verzoekschrift aan de rechter moet zij een afschrift van het vonnis overleggen, waarbij de onteigening uitgesproken is en een verklaring van de betrokken griffier, dat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.
3. Ook de akte waaruit van het aanbod van gerede betaling en van de daarop gevolgde consignatie, of wel alleen van de consignatie in de gevallen van artikel 3 en van het volgende artikel blijkt, dan wel, zo er betaling heeft plaats gehad, de akte waaruit de kwijting blijkt, moet worden overgelegd.
2. Bij haar verzoekschrift aan de rechter moet zij een afschrift van het vonnis overleggen, waarbij de onteigening uitgesproken is en een verklaring van de betrokken griffier, dat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.
3. Ook de akte waaruit van het aanbod van gerede betaling en van de daarop gevolgde consignatie, of wel alleen van de consignatie in de gevallen van artikel 3 en van het volgende artikel blijkt, dan wel, zo er betaling heeft plaats gehad, de akte waaruit de kwijting blijkt, moet worden overgelegd.
- Citeren als
- Art. 64 Ow
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028729
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl