BWBR0028745
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 321
Burgerlijk Wetboek BES Boek 3
1. Een grond voor verlenging van de verjaring bestaat tussen:
a. niet van tafel en bed gescheiden echtgenoten;
b. een wettelijke vertegenwoordiger en de onbekwame die hij vertegenwoordigt;
c. een bewindvoerder en de rechthebbende voor wie hij het bewind voert, ter zake van vorderingen die dit bewind betreffen;
d. rechtspersonen en hun bestuurders;
e. een beneficiair aanvaarde nalatenschap en een erfgenaam;
f. de schuldeiser en zijn schuldenaar die opzettelijk het bestaan van de schuld of de opeisbaarheid daarvan verborgen houdt.
2. De in het eerste lid, onderdelen b en c, genoemde gronden voor verlenging duren voort totdat de eindrekening van de wettelijke vertegenwoordiger of de bewindvoerder is gesloten.
a. niet van tafel en bed gescheiden echtgenoten;
b. een wettelijke vertegenwoordiger en de onbekwame die hij vertegenwoordigt;
c. een bewindvoerder en de rechthebbende voor wie hij het bewind voert, ter zake van vorderingen die dit bewind betreffen;
d. rechtspersonen en hun bestuurders;
e. een beneficiair aanvaarde nalatenschap en een erfgenaam;
f. de schuldeiser en zijn schuldenaar die opzettelijk het bestaan van de schuld of de opeisbaarheid daarvan verborgen houdt.
2. De in het eerste lid, onderdelen b en c, genoemde gronden voor verlenging duren voort totdat de eindrekening van de wettelijke vertegenwoordiger of de bewindvoerder is gesloten.
- Citeren als
- Art. 321
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028745
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl