Burgerlijk Wetboek BES Boek 4
Boek 4
Erfrecht
Titel Eerste t/m Tiende
Titel Elfde
Van erfopvolging bij versterf
Afdeling Eerste
Algemene bepalingen
Artikel 858
Artikel 859
Artikel 860
2. Bij gebreke van zodanige personen als bedoeld in het vorige lid, vervallen de goederen aan de Staat, onder de last om de schulden te voldoen, voor zover de waarde dier goederen toereikend is.
Artikel 861
2. Indien er geschil ontstaat wie erfgenaam, en alzo tot dat bezit bevoegd is, kan de rechter bevelen, dat de goederen onder gerechtelijke bewaring zullen worden gesteld.
3. De Staat moet zich door de rechter doen in het bezit stellen, en is, op straffe van schadevergoeding, gehouden de nalatenschap te laten verzegelen, en een boedelbeschrijving
te doen opmaken, in de vorm voor de aanvaarding van nalatenschappen onder het voorrecht van boedelbeschrijving vastgesteld.
Artikel 862
2. Hij kan deze rechtsvordering instellen voor het geheel, indien hij alleen erfgenaam is, en voor zijn aandeel, zo er meer erfgenamen zijn.
3. Die rechtsvordering strekt tot afgifte van al hetgeen zich, onder welke titel ook, in de nalatenschap bevindt, met de vruchten, inkomsten en schadeloosstelling, volgens de regelen, welke ten aanzien van de opvordering van eigendom zijn voorgeschreven.
Artikel 863
Artikel 864
Artikel 865
1°. hij, die veroordeeld is, ter zake dat hij de overledene heeft omgebracht of getracht heeft om te brengen;
2°. hij, die bij rechterlijke uitspraak overtuigd is tegen de erflater lasterlijk te hebben ingebracht een beschuldiging van een misdrijf, waartegen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste vier jaren is bedreigd;
3°. hij, die de overledene door geweld of feitelijkheid belet heeft zijn uiterste wil te maken of te herroepen;
4°. hij, die de uiterste wil van de overledene heeft verduisterd, vernietigd of vervalst.
Artikel 866
Artikel 867
Artikel 868
Artikel 869
2. Dezelve wordt in alle gevallen toegelaten, hetzij de kinderen van de overledene tezamen tot de erfenis komen met de nakomelingen van een vooroverleden kind, hetzij, al de kinderen van de overledene vóór hem gestorven zijnde, de nakomelingen dier vooroverleden kinderen zich onderling in gelijke of ongelijke graden bestaan.
Artikel 870
Artikel 871
Artikel 872
Artikel 873
Artikel 874
Artikel 875
Artikel 876
Artikel 877
2. De erfenis kan nimmer van de ene linie tot de andere overgaan, dan wanneer er in een der beide liniën, noch bloedverwant in de opgaande linie, noch zijdmaag gevonden wordt.
Artikel 878
Afdeling Tweede
Van de orde der erfopvolging
Artikel 879
2. Zij erven voor gelijke delen bij hoofden, wanneer zij allen in de eerste graad zijn, en uit eigen hoofde geroepen worden; zij erven bij staken, wanneer zij allen, of een gedeelte hunner, bij plaatsvervulling opkomen.
Artikel 879a
Artikel 879b
2. Voor zover deze inboedel behoort tot de nalatenschap van de erflater, komt de waarde daarvan alsdan in mindering van het erfdeel van die echtgenoot.
3. Overtreft die waarde die van het erfdeel, dan moet het verschil aan de medeërfgenamen vooraf worden vergoed.
4. In dit artikel wordt onder inboedel verstaan: alle roerende zaken, met uitzondering van geld, geldswaardige papieren, schepen, luchtvaartuigen en zaken die in de uitoefening van een beroep of bedrijf worden gebruikt.
Artikel 880
2. De naaste in graad in de opgaande linie bekomt de helft aan zijn linie behorende, met uitsluiting van alle anderen.
3. Bloedverwanten in de opgaande linie, van dezelfde graad, erven bij hoofde.
Artikel 881
2. De vader en de moeder erven ieder voor een vierde gedeelte, indien de overledene meerdere broeders of zusters heeft achtergelaten, en in dat geval vallen aan deze laatstgemelden de twee overige vierde gedeelten te beurt.
Artikel 882
Artikel 883
Artikel 884
Artikel 885
2. Bij gebreke van broeders en zusters en van nabestaanden in de beide opgaande liniën, worden in iedere zijdlinie de naaste bloedverwanten, ieder voor de helft, tot de erfenis geroepen.
3. Indien er in dezelfde zijdlinie bloedverwanten van dezelfde graad gevonden worden, delen zij onder elkander bij hoofden, behoudens de bepaling van artikel 872.
Artikel 886
Artikel 887
Artikel 888
2. Indien in de ene linie geen bloedverwanten van de graad, waarin men erven kan, gevonden worden, bekomen de bloedverwanten in de andere linie de gehele erfenis.
Afdeling Derde
Van erfopvolging, wanneer er natuurlijke kinderen aanwezig zijn
Artikel 889
Artikel 890
Artikel 891
Artikel 892
Artikel 893
Artikel 894
Artikel 895
Artikel 896
Artikel 897
Artikel 898
Artikel 899
Artikel 900
Titel Twaalfde
Van uiterste willen
Afdeling Eerste
Algemene bepalingen
Artikel 901
2. Men kan geen afstand doen van een erfenis die nog niet opengevallen is, noch over een zodanige nalatenschap enig beding aangaan, zelfs niet met toestemming van degene over wiens nalatenschap gehandeld wordt, behoudens de bepalingen van artikel 146 van Boek 1.
Artikel 902
Artikel 903
2. Elk dezer beschikkingen, hetzij dezelve gedaan zij onder de benaming van erfstelling, hetzij onder de benaming van legaat, of onder elke andere benaming, zal kracht hebben, volgens de regelen bij deze titel voorgeschreven.
Artikel 904
Artikel 905
Artikel 906
2. Dienvolgens is, zelfs ten aanzien van de benoemde erfgenaam of legataris, nietig en van onwaarde elke beschikking, waarbij dezelve belast wordt de erfenis of het legaat te bewaren, en aan een derde, voor het geheel of voor een gedeelte, uit te keren.
Artikel 907
Artikel 908
2. Door zodanige erfstelling of legaat mag de erflater zijn erfgenamen, aan welke een wettelijk erfdeel toekomt, niet benadelen.
Artikel 909
Artikel 910
Artikel 911
Artikel 912
Artikel 913
Artikel 914
Artikel 915
Artikel 916
Artikel 917
Artikel 918
Artikel 919
Artikel 920
Artikel 921
Afdeling Tweede
Van de bekwaamheid om bij uiterste wil te beschikken, of daarvan voordeel te genieten
Artikel 922
Artikel 923
Artikel 924
2. Hij die onder curatele staat, kan slechts met toestemming van de rechter in eerste aanleg uiterste wilsbeschikkingen maken. De rechter kan aan zijn toestemming voorwaarden verbinden.
3. De bekwaamheid van de erflater wordt beoordeeld naar de staat waarin hij zich bevond op het ogenblik dat de beschikking werd gemaakt.
Artikel 925
Artikel 926
2. Deze bepaling is niet toepasselijk op personen, die geroepen zijn om uit stichtingen genot te trekken.
Artikel 927
Artikel 928
Artikel 929
Artikel 929a
Artikel 929b
Artikel 930
Artikel 931
2. Meerderjarig geworden zijnde, kan hij zijn gewezen voogd net bij uiterste wil bevoordelen, dan na het afleggen en sluiten der voogdijrekening.
3. Van de twee hierboven vermelde gevallen zijn uitgezonderd bloedverwanten van de minderjarige in de opgaande linie, die zijn voogden zijn of geweest zijn.
Artikel 932
2. Hiervan zijn uitgezonderd de beschikkingen tot vergelding van gedane diensten, bij wijze van legaat gemaakt, met inachtneming echter zowel van de gegoedheid van de maker, als van de diensten die aan dezelve zijn bewezen.
Artikel 933
2. Ook kan degene die een voor de verzorging of verpleging van bejaarden of geestelijk gestoorden bestemde instelling exploiteert of die daarvan de leiding heeft of daarin werkzaam is, geen voordeel trekken uit de uiterste wilsbeschikkingen, welke zodanig persoon gedurende zijn verblijf in die instelling te zijnen behoeve mocht hebben gemaakt.
3. Hiervan zijn uitgezonderd:
1°. de beschikkingen tot vergelding van gedane diensten, bij wijze van legaat gemaakt, evenals bij het vorige artikel is vastgesteld;
2°. de beschikkingen ten voordele van de echtgenoot van de erflater;
3°. de beschikkingen, zelfs algemene, gemaakt ten voordele van bloedverwanten tot de vierde graad ingesloten, indien de overledene geen erfgenamen in de rechte linie mocht hebben nagelaten; tenware degene, te wiens voordele de beschikking gemaakt is, zelf onder het getal dier erfgenamen mocht behoren.
Artikel 934
Artikel 935
Artikel 936
Artikel 937
2. Voor tussenbeide komende personen worden gehouden de vader en de moeder, de kinderen en afstammelingen, en de echtgenoot van degene, die onbekwaam is om te erven.
Artikel 938
Afdeling Derde
Van de legitieme portie of het wettelijk erfdeel, en van de inkorting der giften, welke die portie zouden verminderen
Artikel 939
Artikel 940
2. Indien er twee kinderen overblijven, is het wettelijk erfdeel voor ieder kind twee derde gedeelten van hetgeen hetzelve bij versterf zoude erven.
3. Ingeval de overledene drie of meer kinderen nalaat, zal het wettelijk erfdeel drie vierde gedeelten bedragen van hetgeen elk kind bij versterf zoude gehad hebben.
4. Onder de naam van kinderen worden begrepen de afstammelingen, in welke graad zij ook zijn; echter worden dezen alleen gerekend in plaats van het kind, hetwelk zij in de nalatenschap van de erflater vertegenwoordigen.
Artikel 941
Artikel 942
Artikel 942a
2. De artikelen 946–955 vinden overeenkomstige toepassing.
Artikel 943
Artikel 944
Artikel 945
Artikel 946
Door inkorting wordt een making of gift vernietigd, voor zover zij aan het wettelijk erfdeel tekort doet. Artikel 52 van Boek 3 is niet van toepassing.
2. Desniettegenstaande zullen de legitimarissen van die vermindering niets kunnen genieten ten nadele van de schuldeisers van de overledene.
Artikel 947
Artikel 948
Artikel 949
2. De gegeven zaak zal onder de massa worden begrepen, indien zij ter oorzaak van het onvermogen van de begiftigde niet kan worden terugverkregen.
Artikel 950
Artikel 951
2. Indien echter de vermindering moet worden toegepast op een goed, hetwelk niet gevoeglijk kan worden verdeeld, zal de begiftigde, zelfs wanneer het een vreemde is, de bevoegdheid hebben om in gereed geld op te leggen, hetgeen de legitimaris toekomt.
Artikel 952
Artikel 953
Artikel 954
Artikel 955
2. Desniettemin zal de inkorting tegen derde verkrijgers geen plaatshebben, dan voor zover de begiftigde geen andere goederen mocht hebben overgehouden, welke in de gift begrepen waren, en deze niet genoegzaam zijn om het wettelijk erfdeel in zijn geheel te voldoen, en indien de waarde der vervreemde goederen niet op zijn persoonlijke goederen mocht kunnen worden verhaald.
3. De rechtsvordering tot inkorting jegens derde-verkrijgers verjaart door het tijdsverloop van drie jaren, te rekenen van de dag waarop de legitimaris de erfenis heeft aanvaard.
Afdeling Vierde
Van de vorm der uiterste willen
Artikel 956
Artikel 957
Artikel 958
2. Dezelve moet door de erflater bij een notaris in bewaring worden gesteld.
3. De notaris, bijgestaan door twee getuigen, zal daarvan onmiddellijk een door hem met de erflater en de getuigen getekende akte van bewaargeving opmaken, hetzij aan de voet van de uiterste wil, indien dezelve open aan hem is ter hand gesteld, hetzij afzonderlijk, indien het stuk verzegeld aan hem mocht zijn aangeboden; in welk laatste geval de erflater, in tegenwoordigheid van de notaris en de getuigen, op de omslag moet aantekenen, en door zijn ondertekening bekrachtigen, dat hetzelve zijn uiterste wil bevat.
4. Ingeval de erflater door enige verhindering, die na de ondertekening van de uiterste wil of van de omslag is opgekomen, de omslag of de akte van bewaargeving, ofwel beide, niet kan tekenen, moet de notaris daarvan, evenals van de oorzaak des beletsels, melding maken.
Artikel 959
2. De als olografische uiterste wil door de notaris in bewaring genomen akte wordt, tot het bewijs van het tegendeel, vermoed met de hand van de erflater geheel geschreven en getekend te zijn.
Artikel 960
2. Door de teruggave wordt het olografische testament als herroepen beschouwd.
Artikel 961
2. De herroeping van zodanig stuk kan op dezelfde wijze onder de hand geschieden.
Artikel 962
Artikel 963
Artikel 964
Artikel 965
2. Indien de opgave buiten de tegenwoordigheid der getuigen is gedaan, en het opstel door de notaris is gereedgemaakt, moet de erflater, alvorens de voorlezing daarvan geschiede, zijn wil nader zakelijk, in tegenwoordigheid der getuigen, opgeven.
3. Daarna zal, in tegenwoordigheid der getuigen, de uiterste wil door de notaris worden voorgelezen, en na die voorlezing door hem aan de erflater worden afgevraagd, of het voorgelezene zijn uiterste wil bevat.
4. Indien de uiterste wil in tegenwoordigheid der getuigen is opgegeven, en terstond is in geschrift gebracht, zal gelijke voorlezing en afvraging in tegenwoordigheid der getuigen geschieden.
5. De akte moet vervolgens door de erflater, de notaris en de getuigen worden ondertekend.
6. Indien de erflater verklaart, dat hij niet kan ondertekenen, of indien hij daarin verhinderd wordt, moet ook die verklaring en de oorzaak der verhindering in de akte worden vermeld.
7. Van de nakoming van al deze formaliteiten moet uitdrukkelijk worden melding gemaakt in de akte van uiterste wil.
Artikel 966
2. De erflater zal hetzelve alzo gesloten en verzegeld aan de notaris, in tegenwoordigheid van vier getuigen, aanbieden, of hij zal het in hun tegenwoordigheid moeten doen sluiten en verzegelen, en moeten verklaren, dat in het gemelde papier zijn uiterste wil begrepen is, en dat die uiterste wil, hetzij door hem zelf geschreven en door hem getekend is, of door een ander geschreven en door hem getekend is. De notaris zal daarvan een akte van superscriptie opmaken, die op dat papier, of op het papier tot omslag dienende, zal geschreven worden; deze akte zal zowel door de erflater, als door de notaris, benevens de getuigen, ondertekend worden, en, ingeval de erflater door enige verhindering, die na de ondertekening van de uiterste wil is opgekomen, de akte van superscriptie niet kan ondertekenen, zal van de oorzaak van het beletsel melding gemaakt worden.
3. Al de in tegenwoordigheid van de notaris en de getuigen in acht te nemen formaliteiten moeten worden vervuld, zonder intussen tot enige andere akte over te gaan.
4. De besloten of geheime uiterste wil moet onder de minuten van de notaris blijven berusten, die dat stuk ontvangen heeft.
Artikel 967
2. De uiterste willen, in het voorgaande en in dit artikel bedoeld, worden, tot het bewijs van het tegendeel, vermoed door de erflater ondertekend, laatstgemelde uiterste willen daarenboven met zijn hand geheel geschreven en gedagtekend te zijn.
Artikel 968
Artikel 969
Artikel 970
2. Tot getuigen van een uiterste wil, bij openbare akte op te maken, kunnen niet genomen worden de erfgenamen of de legatarissen, noch derzelver bloedverwanten of aangehuwden, tot in de vierde graad ingesloten, noch de kinderen of kleinkinderen, of bloedverwanten in dezelfde graad, noch de huisbedienden der notarissen, voor welke de uiterste wil verleden wordt.
Artikel 971
2. Hij is echter bevoegd om bij een onderhands stuk te beschikken, op de voet en de wijze als bij artikel 961 is omschreven.
Artikel 972
Artikel 973
Artikel 974
Artikel 975
2. Indien de erflater of een der getuigen verklaart, dat hij niet schrijven kan of belet wordt te tekenen, zal van die verklaring, alsmede van de oorzaak van het beletsel, in de akte uitdrukkelijk worden melding gemaakt.
Artikel 976
Artikel 977
Artikel 978
Artikel 979
Afdeling Vijfde
Van de erfstellingen
Artikel 980
Artikel 981
2. Artikel 862 is op hen toepasselijk.
Artikel 982
Afdeling Zesde
Van legaten
Artikel 983
Artikel 984
Artikel 985
2. Hij heeft recht op de vruchten of rente, van de dag van het overlijden van de erflater af, indien de eis tot afgifte binnen het jaar is gedaan, of indien die afgifte binnen hetzelfde tijdvak vrijwillig heeft plaatsgehad. Indien die eis later geschiedt, heeft hij slechts recht op de vruchten en de rente, te rekenen van de dag dat de eis gedaan is.
3. Degenen op wie de schuld uit een legaat van een geldsom rust, komt niet in verzuim door het enkele verstrijken van een voor de voldoening bepaalde termijn.
Artikel 986
Artikel 987
Artikel 988
Artikel 989
Artikel 990
2. De verbeteringen, verfraaiingen of nieuwe opbouwingen, op de onroerende zaak door de erflater gemaakt, of de vergroting van de omtrek van een ingesloten grond, zullen zonder nieuwe beschikking gerekend worden een gedeelte van het legaat uit te maken.
Artikel 991
Artikel 992
Artikel 993
Artikel 994
Artikel 995
Artikel 996
Artikel 997
Artikel 998
Afdeling Zevende
Van de geoorloofde erfstellingen over de hand, ten behoeve van kleinkinderen en afstammelingen van broeders en zusters
Artikel 999
2. In geval van vooroverlijden van een kind, zal dezelfde beschikking kunnen worden gemaakt ten voordele van een of meer kleinkinderen, met last om de goederen aan hun kinderen, welke reeds geboren zullen worden, uit te keren.
Artikel 1000
2. Dezelfde beschikking kan worden gemaakt ten voordele van een of meer kinderen van vooroverleden broeders of zusters, onder de last om de goederen uit te keren, zowel aan derzelver kinderen die reeds geboren zijn, als aan die welke nog geboren zullen worden.
Artikel 1001
2. Hetzelfde zal plaatshebben, indien, al de kinderen in de eerste graad vooroverleden zijnde, degene, die met de overgave belast is, niet dan kleinkinderen nalaat.
Artikel 1002
Artikel 1003
2. De vrijwillige afstand van het genot, ten voordele van de verwachters gedaan, zal geen nadeel kunnen toebrengen aan de schuldeisers van de bezwaarde persoon, wiens schuldvorderingen ouder dan deze afstand zijn, noch aan de kinderen, die na die afstand mochten geboren worden.
Artikel 1004
2. Op het bewind zijn de bepalingen omtrent het bewind over een vruchtgebruik van toepassing.
Artikel 1005
Artikel 1006
2. Indien het gemaakte slechts in een legaat bestaat, zal er een bijzondere lijst worden gemaakt van al de daaronder begrepen voorwerpen.
3. Deze boedelbeschrijving of lijst zal de begroting der goederen bevatten.
Artikel 1007
2. Indien dezen bij de boedelbeschrijving tegenwoordig zijn, kan dezelve onder de hand geschieden; in welk geval dat stuk, binnen de tijd van veertien dagen na het voleindigen van de boedelbeschrijving, ter griffie van het gerecht in eerste aanleg moet worden overgebracht.
3. De kosten, daarop vallende, komen ten laste der goederen, in de beschikking over de hand begrepen.
Artikel 1008
Artikel 1009
Artikel 1010
Artikel 1011
2. Deze machtiging kan alleen verleend worden in geval van volstrekte noodzakelijkheid, of van blijkbaar voordeel, zowel van de verwachter als van de bezwaarde erfgenamen, en, in geval van vervreemding, tegen zekerheid van wederbelegging onder het fideï-commissair verband, indien de bezwaarde het goed zelf beheert.
3. Indien de goederen onder bewind zijn gesteld, zijn de bewindvoerders verplicht de opbrengst te beleggen, op de voet als ten aanzien van voogden is voorgeschreven.
Artikel 1012
Artikel 1013
Artikel 1014
Afdeling Achtste
Van de erfstellingen over de hand in hetgeen de erfgenaam of legataris onvervreemd en onverteerd zal nalaten
Artikel 1015
Artikel 1016
Artikel 1017
2. Ten aanzien van de gerede penningen of van de opbrengst der vervreemde goederen, kan uit aantekeningen van de bezwaarde erfgenaam of legataris, uit huiselijke papieren, of door alle andere bewijsmiddelen worden opgemaakt, of, en in hoeverre, er iets van de erfenis of van het legaat is overgebleven.
Afdeling Negende
Van het herroepen van uiterste wilsbeschikkingen, en het vervallen van dezelve
Artikel 1018
Artikel 1019
Artikel 1020
2. De bepaling van dit artikel is niet toepasselijk, wanneer de latere uiterste wil nietig is uit hoofde van gebrek in de vorm, al ware dezelve ook geldig als notariële akte.
Artikel 1021
Artikel 1022
Artikel 1023
Artikel 1024
Artikel 1025
2. Hetzelfde heeft ook plaats, indien het goed, na zijn dood, zonder toedoen of schuld van de erfgenaam of van andere personen, door welke het legaat verschuldigd is, teniet is gegaan, ofschoon dezen mochten hebben verzuimd dat goed op zijn tijd uit te keren, wanneer het, in handen van de legataris geweest zijnde, eveneens zoude zijn tenietgegaan.
Artikel 1026
Artikel 1027
2. Indien bij de beschikking voordelen aan derden waren gemaakt, zullen dezelve, in dat geval, niet vervallen, maar zal degene, aan wie de erfenis of het legaat opkomt, daarmede belast blijven, behoudens echter de bevoegdheid van deze, om van de erfenis of van het legaat gaaf en onvoorwaardelijk afstand te doen ten behoeve van degene, aan wie de voordelen waren besproken.
Artikel 1028
2. De erfstelling of het legaat zal geacht worden gezamenlijk gemaakt te zijn, wanneer het gemaakt is bij een en dezelfde beschikking, en de erflater niet aan elk der medeërfgenamen of medelegatarissen zijn bepaalde aandeel in het goed heeft aangewezen, zoals de helft, een derde deel, enz.
3. De uitdrukking «voor gelijke aandelen» of «gedeelten» wordt niet geacht een aanwijzing te zijn van een zodanig bepaald aandeel, als waarvan in dit artikel gesproken wordt.
Artikel 1029
Artikel 1030
Titel Dertiende
Van uitvoerders van uiterste wilsbeschikkingen, en van bewindvoerders
Artikel 1031
2. Hij kan ook verscheidene personen benoemen, ten einde bij ontstentenis elkander als uitvoerders op te volgen.
Artikel 1032
Artikel 1033
2. Het bezit zal van rechtswege niet langer duren dan één jaar, te rekenen van de dag waarop de uitvoerders zich in het bezit hebben kunnen stellen.
Artikel 1034
Artikel 1035
Artikel 1036
Artikel 1037
Artikel 1038
2. Die verkoop zal ook onder de hand kunnen geschieden, indien al de erfgenamen het daaromtrent zijn eens geworden, behoudens de bepalingen ten opzichte van minderjarigen en onder curatele gestelde personen.
Artikel 1039
2. De onderhandse verkoop dier goederen kan alleen geschieden in het geval bij het tweede lid van het vorige artikel omschreven.
Artikel 1040
Artikel 1041
Artikel 1042
Artikel 1043
Artikel 1044
Artikel 1045
Artikel 1046
2. De bepalingen van artikel 1048 zijn op dit geval toepasselijk.
Artikel 1047
Artikel 1048
2. Indien de erflater aan de uitvoerder voor de waarneming zijner werkzaamheden geen bepaalde beloning heeft toegekend, of geen bijzonder legaat daarvoor aan dezelve gemaakt heeft, is laatstgemelde voor zich, of, meer dan één uitvoerder benoemd zijnde, zijn zij bevoegd voor hen tezamen als loon in rekening te brengen twee en een half ten honderd der ontvangsten en anderhalf ten honderd der uitgaven.
Artikel 1049
Titel Veertiende
Van het recht van beraad en het voorrecht van boedelbeschrijving
Artikel 1050
2. Een authentiek afschrift der opgemaakte akte wordt door de rechter in eerste aanleg, zodra mogelijk, opgezonden naar de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 1051
2. Niettemin is de rechter in eerste aanleg bevoegd om, wanneer de erfgenaam in rechten vervolgd wordt, uit hoofde van dringende redenen, de hierboven bepaalde termijn te verlengen.
Artikel 1052
2. Hij is verplicht, evenals een goed huisvader, voor het behoud der goederen van de nalatenschap zorg te dragen.
Artikel 1053
2. De wijze van verkoop zal bij het rechterlijk verlof worden bepaald.
Artikel 1054
Artikel 1055
2. Het bepaalde bij het tweede lid van artikel 1050 is in dit geval mede van toepassing.
Artikel 1056
Artikel 1057
1°. indien hij willens en wetens, en te kwader trouw, enige goederen, tot de nalatenschap behorende, niet op de boedelbeschrijving heeft gebracht;
2°. indien hij zich aan verduistering van goederen, tot de erfenis behorende, heeft schuldig gemaakt.
Artikel 1058
1°. dat de erfgenaam niet verder tot de betaling der schulden en lasten der nalatenschap gehouden is, dan ten belope der waarde van de goederen, welke dezelve bevat, en zelfs, dat hij zich van die betaling kan ontslaan, door al de goederen, tot de nalatenschap behorende, aan de beschikking der schuldeisers en legatarissen over te laten;
2°. dat de eigen goederen van de erfgenaam niet met die der nalatenschap worden vermengd, en dat hij het recht behoudt om zijn eigen inschulden tegen de nalatenschap te doen gelden;
3°. dat de erfgenaam die een schuld der nalatenschap uit zijn overig vermogen heeft voldaan, optreedt als schuldeiser van de nalatenschap voor het bedrag van die schuld in de rang die zij had.
Artikel 1059
Artikel 1060
2. De artikelen 57 tot en met 59 van het Faillissementsbesluit 1931 zijn van overeenkomstige toepassing; tegen de gegeven beschikkingen staat geen rechtsmiddel open.
Artikel 1061
2. Komt de erfgenaam zijn verplichting tot het stellen van zekerheid niet na, dan kan de rechter in eerste aanleg op verzoek van een belanghebbende een of meer vereffenaars benoemen. De bepalingen van de dertiende titel betreffende de uitvoerders van uiterste wilsbeschikkingen zijn op de vereffenaars zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
Artikel 1062
Artikel 1063
2. De schuldeisers, die na de uitdeling opkomen, zullen, naarmate dat zij zich aanmelden, alleen uit de onverkochte goederen en het overschot worden betaald.
Artikel 1064
Artikel 1065
2. De schuldeisers, die na de voldoening der legaten opkomen, hebben alleen hun verhaal tegen de legatarissen.
3. Dat verhaal verjaart door een verloop van drie jaren na de dag, op welke de uitbetaling aan de legataris heeft plaatsgehad.
Artikel 1066
2. Na het aanzuiveren der rekening zijn zijn eigen goederen alleen aansprakelijk voor de voldoening der geldsommen, welke, van de nalatenschap afkomstig, in zijn handen zijn gekomen.
Artikel 1067
Artikel 1068
Artikel 1069
Titel Vijftiende
Van het aanvaarden en verwerpen van erfenissen
Afdeling Eerste
Van het aanvaarden van erfenissen
Artikel 1070
Artikel 1071
Artikel 1072
Artikel 1073
Artikel 1074
Artikel 1075
Artikel 1076
2. Indien erfgenamen verschillen omtrent de wijze van aanvaarding ener erfenis, wordt dezelve onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaard.
Artikel 1077
Artikel 1078
Artikel 1079
Artikel 1080
Artikel 1081
Artikel 1082
Afdeling Tweede
Van het verwerpen van erfenissen
Artikel 1083
2. Het bepaalde bij het tweede lid van artikel 1050 is hier van toepassing.
Artikel 1084
Artikel 1085
Artikel 1086
Artikel 1087
2. In dat geval wordt de verwerping der erfenis niet verder dan ten voordele der schuldeisers, en ten belope van hun schuldvorderingen, vernietigd; dezelve is geenszins nietig ten voordele van de erfgenaam, die de erfenis heeft verworpen.
Artikel 1088
Artikel 1089
Artikel 1090
Artikel 1091
Titel Zestiende
Van boedelscheiding
Afdeling Eerste
Van boedelscheiding en haar gevolgen
Artikel 1092
Artikel 1093
Artikel 1094
Artikel 1095
Artikel 1096
Artikel 1097
Artikel 1098
Artikel 1099
Artikel 1100
Artikel 1101
Artikel 1102
Artikel 1103
Artikel 1104
Artikel 1105
Artikel 1106
Artikel 1107
Artikel 1108
Artikel 1109
Artikel 1110
Artikel 1111
Afdeling Tweede
Van inbreng
Artikel 1112
1° door de erfgenamen in de nederdalende linie, hetzij dezelve de nalatenschap zuiver, of onder het voorrecht van boedelbeschrijving hebben aanvaard, en hetzij dezelve slechts tot het wettelijk erfdeel of tot meer zijn geroepen; tenware de giften met uitdrukkelijke vrijstelling van inbreng zijn gedaan, of de begiftigden bij een authentieke akte, of bij uiterste wil, van de verplichting tot inbreng zijn ontheven;
2° door alle andere erfgenamen, hetzij bij versterf, hetzij bij uiterste wil, doch alleen in het geval dat de erflater of schenker de inbreng uitdrukkelijk heeft bevolen of bedongen.
Artikel 1113
Artikel 1114
Artikel 1115
2. Op gelijke wijze behoeft een kind, dat uit eigen hoofde de erfenis zijner grootouders beurt, niet in te brengen de door dezen aan zijn ouders gedane gift.
3. Daarentegen moet het kind, dat slechts bij plaatsvervulling die erfenis beurt, de giften inbrengen, welke aan zijn ouders gedaan zijn, zelfs indien het kind de nalatenschap zijner ouders mocht hebben verworpen.
4. Het kind is echter, in geval van zodanige verwerping, niet jegens zijn medeërfgenamen in de grootouderlijke nalatenschap aansprakelijk voor de schulden zijner ouders.
Artikel 1116
2. Indien de giften gezamenlijk aan de beide echtgenoten door de vader of de moeder van een hunner gedaan zijn, moet de inbreng voor de helft plaatshebben.
3. Wanneer de giften aan de echtgenoot door zijn eigen vader of zijn eigen moeder gedaan zijn, moet hij dezelve voor het geheel inbrengen.
Artikel 1117
2. Ten behoeve van legatarissen of van schuldeisers van de boedel heeft geen inbreng plaats.
Artikel 1118
Artikel 1119
2. In het eerste geval is de inbrenger verantwoordelijk voor de vermindering, welke de goederen door zijn schuld hebben ondergaan, en verplicht om dezelve te zuiveren van de beperkte rechten die hij daarop heeft gevestigd.
3. De inbrenger heeft recht op vergoeding van de door hem gemaakte kosten die hij niet zou hebben gedragen, indien hij vruchtgebruiker was geweest.
Artikel 1120
Artikel 1121
Artikel 1122
Artikel 1123
de kosten van verzorging en opvoeding;
de uitkeringen tot noodzakelijk levensonderhoud;
de uitgaven tot het aanleren van enige tak van koophandel, kunst, handwerk of bedrijf;
de kosten van studie;
de kosten tot plaatsvervanging of nummerverwisseling in ‘s de krijgsmacht van het Koninkrijk;
de bruiloftskosten, klederen en kleinoden tot huwelijksuitzet gegeven.
Artikel 1124
Artikel 1125
Afdeling Derde
Van de betaling der schulden
Artikel 1126
Artikel 1127
Artikel 1128
2. Wanneer de erfgenamen de nalatenschap verdelen in de staat waarin zij zich bevindt, moet het bezwaarde goed worden geschat op dezelfde voet als de overige goederen; alsdan wordt de hoofdsom der lasten van de gehele prijs des goeds afgetrokken, en de erfgenaam, aan wie het goed te beurt is gevallen, blijft alsdan alleen ten aanzien zijner medeërfgenamen met de voldoening der schuld belast, en moet hen daarvoor vrijwaren.
3. Indien de lasten alleen op het goed gevestigd zijn, zonder dat daarbij een personeel verband bestaat, kan geen der medeërfgenamen vorderen, dat de last worde afbetaald, en alsdan wordt het goed onder de verdeling begrepen, onder aftrek van de hoofdsom dier lasten.
Artikel 1129
Artikel 1130
Artikel 1131
Artikel 1132
Artikel 1133
Artikel 1134
Artikel 1135
Artikel 1136
Artikel 1137
Afdeling Vierde
Van de vernietiging van aangegane boedelscheiding
Artikel 1138
Artikel 1139
Artikel 1140
Artikel 1141
Artikel 1142
Artikel 1143
Artikel 1144
Artikel 1145
Artikel 1146
Afdeling Vijfde
Van boedelverdeling, door bloedverwanten in de opgaande linie tussen hun afkomelingen onderling of tussen dezen en hun langstlevende echtgenoot gemaakt
Artikel 1147
Artikel 1148
Artikel 1149
Artikel 1150
Artikel 1151
Titel Zeventiende
Van onbeheerde nalatenschappen
Artikel 1152
Artikel 1153
2. Indien de curatele verleend wordt ter zake dat zich niemand opdoet, die als erfgenaam aanspraak op de nalatenschap maakt, benoemt de rechter bij voorkeur tot curator de gestelde uitvoerder van de uiterste wil, tenware deze mocht verlangen door een ander vervangen te worden.
Artikel 1154
2. Hij is verplicht, door oproepingen in de openbare nieuwspapieren of andere doelmatige middelen, de erfgenamen op te sporen.
3. Hij moet in rechten optreden ten aanzien der rechtsvorderingen, die tegen de nalatenschap zijn aangevangen, en alle rechten, die de overledene toebehoorden, uitoefenen en voortzetten. Hij is verplicht het gerede geld, hetwelk zich in de nalatenschap bevindt, mitsgaders de opbrengst der verkochte goederen, in de kas der gerechtelijke consignatiën te storten, ten einde te strekken tot behoud der rechten van de belanghebbende partijen, en daarvan, aan wie zulks zal behoren, rekening te doen.