BWBR0028746
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 926
Burgerlijk Wetboek BES Boek 4
1. Om uit kracht van een uiterste wil iets te kunnen genieten, moet men bestaan op het ogenblik van de dood des erflaters. Rechten uit een uiterste wil ten voordele van een rechtspersoon die voor dat ogenblik is opgehouden te bestaan ten gevolge van een fusie of splitsing, komen toe aan de verkrijgende rechtspersoon, onderscheidenlijk de verkrijgende rechtspersoon waarvan de aan de akte van splitsing gehechte beschrijving dat bepaalt. Indien aan de hand van de aan de akte van splitsing gehechte beschrijving niet kan worden bepaald welke rechtspersoon in de plaats en de rechten treedt van de gesplitste rechtspersoon, is artikel 352 van Boek 2 van overeenkomstige toepassing.
2. Deze bepaling is niet toepasselijk op personen, die geroepen zijn om uit stichtingen genot te trekken.
2. Deze bepaling is niet toepasselijk op personen, die geroepen zijn om uit stichtingen genot te trekken.
- Citeren als
- Art. 926
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028746
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl