BWBR0028749
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 242
Burgerlijk Wetboek BES Boek 6
1. Op vordering van een gebruiker tegen wie de in artikel 240, eerste lid, bedoelde uitspraak is gedaan, kan de rechter die uitspraak wijzigen of opheffen op grond dat zij ten gevolge van een wijziging in de omstandigheden niet langer gerechtvaardigd is.
2. De vordering wordt gericht tegen de rechtspersoon op wiens vordering de uitspraak was gedaan. Indien echter deze rechtspersoon is ontbonden, worden de in het verzoekschrift genoemde andere rechtspersonen als bedoeld in artikel 240, tweede lid, opgeroepen om over het verzoek als belanghebbenden te worden gehoord; de rechter kan ook zulke rechtspersonen doen oproepen die niet in het verzoekschrift worden vermeld.
3. Artikel 241, eerste en tweede lid, derde lid, onderdeel b, en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
4. Het eerste tot en met derde lid is niet van toepassing voor zover de uitspraak betrekking had op een beding dat door de wet als onredelijk bezwarend wordt aangemerkt.
2. De vordering wordt gericht tegen de rechtspersoon op wiens vordering de uitspraak was gedaan. Indien echter deze rechtspersoon is ontbonden, worden de in het verzoekschrift genoemde andere rechtspersonen als bedoeld in artikel 240, tweede lid, opgeroepen om over het verzoek als belanghebbenden te worden gehoord; de rechter kan ook zulke rechtspersonen doen oproepen die niet in het verzoekschrift worden vermeld.
3. Artikel 241, eerste en tweede lid, derde lid, onderdeel b, en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
4. Het eerste tot en met derde lid is niet van toepassing voor zover de uitspraak betrekking had op een beding dat door de wet als onredelijk bezwarend wordt aangemerkt.
- Citeren als
- Art. 242
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028749
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl